Betsie 19's Mars

Glas in lood Brabanthallen

Glas-in-loodraam dat herinnert aan de veemarkten in de Bossche Brabanthallen. (Bron: Lymantria, 2012, Wikimedia Commons)

Op 5 januari 1979 werd een van Brabant’s meest beroemde stieren geboren op het Rosmalens boerenbedrijf van fokkerspaar Tonnie en Betsie van der Biezen. Betsie 19’s Mars groeide tijdens zijn leven uit tot een waar fenomeen binnen de KI-organisaties, waar met kunstmatige inseminatie rundvee doorgefokt werd. Zelfs na zijn dood in 1989 zou hij nog vele nakomelingen verwerken.

KI-Boegbeeld

Betsie 19’s Mars werd geboren op 5 januari 1979 uit de stokoude, maar vitale fokkoe Betsie 19 van Tonnie en Betsie van der Biezen in Rosmalen. In 1981 wist zijn moeder nog als kampioen bij de senioren naar huis te gaan op de fokveedag in Veghel. Op een leeftijd van veertien dagen werd Betsie 19’s Mars aangekocht door de KI-vereniging “Midden-Brabant” en geplaatst op het opfokstation voor stieren in Oerle. Hier werden jonge stiertjes getest op groeivermogen en potentie.

Waar bij het kiezen van fokstieren eerder vooral naar het uiterlijk werd gekeken gingen in de jaren ’70 cijfers een steeds grotere rol spelen. Rond 1975 werd in Oerle  een centrum opgericht om het groeivermogen van jonge stiertjes te testen. Alleen de besten konden dan doorstromen naar een carrière als fokstier.

In Oerle bleek Betsie 19’s Mars een van de beste groeiers van zijn jaargang. Op eenjarige leeftijd verhuisde hij dan ook naar de KI-stal in Vught en ging aan de slag als KI-stier. Zijn eerste nakomelingen stammen uit deze tijd.

Na een klein jaar in Vught werd de stier uitgeleend aan een KI-station in Duitsland. Zodoende verbleef Betsie 19’s Mars van 1981 tot 1984 bij het KI-station van Rheinland-Pfalz in Neumuhlen bij Koblenz.

In 1984 kwamen zijn dochters, uit zijn eerste periode in Vught, in productie. De mooie cijfers die zij konden overleggen op het gebied van melkproductie waren een reden om Betsie 19’s Mars snel terug te halen naar Vught.

Vanwege zijn goede cijfers was hij in de Brabantse veehouderij ontzettend gewild als fokstier. Zijn nakomelingen blonken uit in melkproductie en degelijkheid. Hierdoor groeide hij uit tot de populairste stier van zijn generatie. Bij veruit de meeste boeren met roodbont vee liepen dochters van hem in de wei.

 

Recordstier

Toen Betsie 19’s Mars zijn honderduizendste rietje sperma leverde werd die in goud gegoten en door de KI-directeur in de Bossche Brabanthallen overhandigd aan het begaafde fokkerspaar Tonnie en Betsie van der Biezen.

In totaal zijn van Betsie 19’s Mars 270.000 inseminaties verricht en daarmee is hij de stier met de meeste nakomelingen geworden in Brabant. Betsie 19’s Mars is tien jaar oud geworden, maar na zijn dood zijn er nog heel wat kalveren geboren via diepvriessperma.

Het systeem van een centrale test op groeivermogen is inmiddels achterhaald door andere fokmethoden en de ontwikkelingen in computers. Maar Betsie 19´s Mars zal in herinnering blijven als de topper uit de gerenommeerde Brabantse fokstal van Tonnie van der Biezen.

 

Bronnen:

Strikwerda, R., “Boervriendelijke Roodbontlijnen”, in: Veeteelt (jrg. 22, nr. 9, 2005), 48-49.

Gegevens Betsie 19’s Mars: https://apps.crv4all.nl/siresearch/nl/detail/NLDM000904508749 (stand op 11 januari 2019).

Kuijpers, F. “Roodbonte KI-verenigingen in Noord-Brabant”, via http://www.archiefrundveebrabantlimburg.nl/roodbontekiverenigingen.html (stand op 8 februari 2019).

Kuijpers, F., “Over de introductie van de Red Holstein”, via http://www.archiefrundveebrabantlimburg.nl/introductieredholstein.html (stand op 8 februari 2019).