Geboortedatum: – Sterfdatum:

Jan 'Poncke' Princen

Indiëganger, vrijheidsstrijder en politicus

Poncke Princen

Poncke Princen. (Foto: Anoniem, jaren '50, Wikimedia Commons)

Jan (Johannes Cornelis) ‘Poncke’ Princen werd op 21 november 1925 geboren in Den Haag. Hij overleed duizenden kilometers verderop in Jakarta te Indonesië op 21 februari 2002. Voor Indonesiërs was hij hun vrijheidsstrijder, voor Nederlandse Indiëgangers een overloper.

Jeugd

Jan Princen wordt in Den Haag geboren, waar hij opgroeit in een katholiek en vrijdenkend gezin met socialistische sympathieën. Het gezin Princen logeert vaak bij de grootouders in Oss, zij voelen nog steeds verbondenheid met Brabant. Tijdens de vakanties komt Jan vaak bij zijn grootouders. Vooral oma Trees (Theresia van der Lee) is voor Jan een inspiratiebron voor het rijke Roomse leven. Jans interesse in het katholieke geloof groeit, en hij wil priester-missionaris worden. Ondanks de bedenkingen van zijn ouders meldt hij zich in 1939 aan bij het kleinseminarie in Weert. Zijn jongere broer Kees Princen (1927-2017) zal hem al snel volgen in zijn priesterroeping.

 

Duitse bezetting

Jan maakt de priesteropleiding echter niet af. Naar eigen zeggen “vanwege zijn interesse voor vrouwen”. Princen is op zoek naar avontuur en spanning. Hij wil zich aanmelden bij de geallieerden in 1943. Maar tijdens zijn vlucht arresteert de Duitse bezettingsmacht hem. Jan wordt veroordeeld en geïnterneerd. Vanuit kamp Vught gaat hij naar de Kriegswehrmachtgefängnis in Utrecht, en vervolgens via Kamp Amersfoort naar Duitsland.

Geïnspireerd door de roman Pastoor Poncke (1941) van Jan Eekhout (1900-1978) draagt hij hieruit voor bij zijn medegevangenen. Zo krijgt hij zijn bijnaam ‘Poncke’, die hij de rest van zijn leven zal  koesteren. Princen blijft tot mei 1945 in Duitse gevangenschap.

 

Naar Indonesië

Als de Britse geallieerden Princen bevrijden, neemt hij onmiddellijk dienst bij de Stoottroepen Brabant. Hij is oorlogsvrijwilliger tot en met december 1945. In maart 1946 wordt hij net als duizenden andere Nederlanders opgeroepen als dienstplichtige voor uitzending naar Nederlands-Indië. Princen weigert dienst en vlucht naar Frankrijk, maar wordt gearresteerd en overgedragen aan Depot Nazending Indië in Schoonhoven. Daar komen vele dienstweigeraars terecht. Hier maakt Poncke kennis met Piet van Staveren (1925) en andere politieke gewetensbezwaarden.

Op 28 december 1946 vertrekt Princen aan boord van het schip De Sloterdijk naar Indonesië. Dit troepentransport bestaat voornamelijk uit gewetensbezwaarden die tegen een herbezetting van Indonesië zijn. Broer Kees wil inmiddels ook geen priester meer worden, maar militair in Indonesië bij het Korps Mariniers.

 

Desertie

Eenmaal in Nederlands-Indië aangekomen arresteert men Poncke Princen op 22 oktober 1947 op grond van desertie tot twaalf maanden gevangenisstraf, waarvan vier maanden onvoorwaardelijk, wegens zijn poging de dienstplicht te ontduiken. Die zit hij uit in het strafkamp Tjisaroea op West-Java. Daar hoort hij dat zijn politieke vriend Piet van Staveren is overgelopen. Na zijn straf treedt hij weer terug in de militaire dienst als korporaal bij de 1e hulpverbandplaatsafdeling van de Zeven December Divisie. Bij verschillende acties wordt hij in zijn overtuiging gesterkt “dat het geweld van Nederlandse troepen tegen de lokale bevolking ongerechtvaardigd is”.

Opsporingsbevel Poncke Prinsen

Opsporingsbevel voor Jan 'Poncke' Prinsen. Deze deserteur was 'vlot in zijn optreden, verstandelijk zeer goed ontwikkeld, spreekt vloeiend Maleis en Soendanees'. (Foto: 1949, collectie Museum Bronbeek)

In actie met de vijand

Op 25 september 1948 gaat hij met verlof naar Soekaboemi en vervolgens deserteert hij. Geïnspireerd door Van Staveren trekt Poncke de demarcatielijn over en komt via Semarang in Djogjakarta terecht. Djogja is de hoofdstad van de republiek en het politieke en militaire hart van de Indonesische revolutie. Aanvankelijk zetten de republikeinen hem gevangen. Tijdens de tweede politionele actie, die start op 19 december 1948, wordt hij vrijgelaten.

Princen sluit zich aan bij het republikeinse leger. Hij keert met de Siliwanggi-divisie terug naar het front in West-Java en wordt verliefd op de Indonesische Odah. Onder commandant Kemal Idris (1923-2010) krijgt hij het bevel over een eigen strijdgroep genaamd Pasukan Istimewa. Poncke is militair actief bij hinderlagen en beschietingen van Nederlandse troepen. Het doel is voornamelijk wapens buitmaken.

Generaal-majoor E. Engles (KNIL, 1895-1959) heeft haast en geeft met onverhulde walging opdracht om “korporaal Princen te elimineren”. Op 9 augustus 1949 doden Nederlandse troepen onder aanvoering van luitenant Ulrici (Korps Speciale Troepen, 1921-2005) Poncke’s vrouw Oda en twaalf Indonesische medestrijders. Maar Poncke Princen, het doel van de actie, weet  te ontkomen. Een dag later wordt de wapenstilstand gesloten en op 27 december de soevereiniteitsoverdracht getekend.

 

Leven en werk in Indonesië

Princen wordt door de eerste Indonesische president Soekarno (1901-1970) gedecoreerd voor zijn militaire inspanningen, is Indonesisch staatsburger en blijft bij het Indonesische nationale leger TNI. In 1956 begint hij als parlementslid. Hij zit vanwege zijn kritische opvattingen gevangen in 1957-1958 en opnieuw van 1962 tot 1966. In 1966 wordt Princen voorzitter van een Indonesisch mensenrechteninstituut en in de jaren zeventig is hij medeoprichter van een organisatie voor rechtsbijstand in Indonesië. Opnieuw belandt hij in de gevangenis.  

De noodgedwongen scheiding van tafel en bed kost Poncke zijn tweede huwelijk met de Indonesische Heda. Hij trouwt daarna met de Nederlandse Janneke Marckmann (1930) die met Poncke kinderen krijgt, en aanvankelijk in Indonesië woont. Princen staat regelmatig tegenover de overheid en blijft ijveren voor democratische hervormingen. Janneke kan er niet tegen dat zijn werk altijd voor het meisje gaat en vertrekt naar Nederland.

In 1992 ontvangt Princen voor zijn werk een internationale mensenrechtenprijs. Hij vervult een bijzondere rol bij de strijd voor de bevrijding van Oost-Timor. Hij steunt het streven naar zelfbeschikking en raakt bevriend met de Timorese vrijheidsstrijder en latere president Xanana Gusmão (1946). In 1998 zit Princen in een rolstoel op de voorste rij van de barricades uit protest tegen de militaire dictatuur van Soeharto (1921-2008). Deze protesten, vooral geleid door studenten en intellectuelen, leiden uiteindelijk tot diens val en de lang gekoesterde democratische hervormingen van Indonesië.

 

“We nemen hem alsnog te grazen”

Ondertussen in Nederland vinden vele Indië-veteranen en rechtse politici het onvergeeflijk dat Princen de wapens tegen zijn eigen landgenoten had opgenomen. Ze zien in hem in de eerste plaats een landverrader. In 1993 overwint schrijver Ger Vaders (1925-2005) zijn weerzin als Indië-veteraan. Hij reist samen met Poncke langs de strijdtonelen van de onafhankelijkheidsoorlog en schrijft er het boek De Verliezers (1993) over.

In 1994 wordt Princen op humanitaire gronden en op voorwaarde dat hij zich “onopvallend gedraagt” door minister van buitenlandse zaken Van Mierlo een visum voor Nederland verstrekt. Hier woont Poncke’s derde vrouw Janneke met drie van zijn kinderen. Het bezoek is zeer tegen de wil van de Vereniging Oud Militairen Indië (VOMI). Luitenant b.d. Ulrici verklaart dat hij Princen alsnog zal doodschieten.

Aan het eind van zijn leven krijgt Princen enkele beroertes en heeft hij last van huidkanker. Tot aan het einde van zijn leven in februari 2002 blijft hij optimistisch en werklustig. “Ik blijf van mening dat ik een aantal waarden heb verdedigd die typisch Nederlands zijn: eerlijkheid, vrijheidsliefde en respect voor de mening van een ander. Daar zal ik altijd voor blijven vechten."

Princen overlijdt op 76-jarige leeftijd in Jakarta en is begraven op het kerkhof van Pondok Kelapa.

 

Bronnen

Wolffers, I en Bloem, M., Wij komen als vrienden, VPRO 1984.

Nijpels, B. Poncke Princen. Held of landverrader, Sting like a bee (KRO) 2009.

Princen, H. en Fenema, J. van, Een kwestie van kiezen, Den Haag, 1995.

Vaders, G. en Jong, de S. (red.), De verliezers: Indonesië op het tweede gezicht, Amsterdam, 1993.

Bals, K. en Gerritsen, M., De Indonesië-weigeraars, Amsterdam, 1989.  

Zwart, H., Er waren er die niet gingen: vijftien eeuwen straf voor Indonesië-weigeraars, Amsterdam, 1995.

Hulst, W., 'De lotgevallen van Poncke Princen, deel 3; De wraak van Het KNIL. De lotgevallen van Poncke Princen', NRC, 28 september 1991.

Dagboek Poncke Princen en andere stukken (ARCH02152), Archief Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis (IISG).