Markiezin Maria Elisabeth van den Bergh en Bergen op Zoom

Een katholieke markiezin in een gereformeerd bolwerk

Portret van Maria Elisabeth van den Bergh, markiezin van Bergen op Zoom door een onbekende schilder. (Bron: Markiezenhof Bergen op Zoom)

Portret van Maria Elisabeth van den Bergh, markiezin van Bergen op Zoom door een onbekende schilder. (Bron: Markiezenhof Bergen op Zoom)

Op een dag in juni 1648 arriveert de 35-jarige gravin Maria Elisabeth van den Bergh II (1613-1671) in Bergen op Zoom. Er is een einde gekomen aan de oorlog met Spanje, de stad is meer dan zestig jaar lang bestuurd door de Oranjes en nu is voor Elisabeth de tijd gekomen haar rechtmatige erfenis, het markiezaat Bergen op Zoom, in bezit te nemen. Een hartelijke ontvangst valt haar echter niet ten deel: van de twaalf magistraten zijn er maar drie komen opdagen om haar welkom te heten.

Een soortgelijke schoffering volgt later als de drossaard, een van de meest gezaghebbende bestuurders, weigert de eed af te leggen en de markiezin te aanvaarden als zijn nieuwe heerseres. De andere magistraten steunen hem in zijn verzet. Wat is de reden van de onwillige houding van het stadsbestuur?

 

Katholiek vs Protestant

Hoewel haar vader, graaf Hendrik van den Bergh (1573-1638), zich met zijn leger had aangesloten bij de Staatse troepen, had Elisabeth in Brussel een rooms-katholieke opvoeding genoten en was zij later bewust en oprecht katholiek geworden. Het was dan ook haar doel het katholieke geloof in het gereformeerde Bergen op Zoom te versterken. De meeste inwoners en ook alle magistraten waren protestanten en vreesden dat katholieken vanaf nu bevoordeeld werden en dat zij zelfs op belangrijke posten benoemd zouden kunnen worden.

Drossaard Willem van de Rijt (1623-1663), heer van Broechem, werd de felste tegenstander van Elisabeth, omdat hij zijn invloedrijke positie bedreigd zag. Niet alleen was hij drossaard, schout en plaatsvervanger van de leenheer, maar hij had ook een dikke vinger in de pap bij de benoeming van ambtenaren en magistraten. Dit zou de nieuwe markiezin kunnen dwarsbomen. 

Detail Bergen op Zoom Roman Visscher kaart

Detail van de Roman-Visscherkaart met het stadsgezicht op Bergen op Zoom. (Bron: Pieter Hendriksz Schut, 1661, Brabant-Collectie, Tilburg University)

Wankele positie

De Raad van Brabant sprak een jaar na haar komst uit dat het Markiezaat toch echt Elisabeths rechtmatige eigendom was. Knarsetandend organiseerde de magistraat daarom op 10 november 1649 een officieel welkom. Ditmaal ging het gepaard met veel ceremonieel. Burgervendels traden aan op de Grote Markt, neigden hun vaandels en losten saluutschoten. De klok werd urenlang geluid en ’s avonds brandde men pektonnen. De markiezin kreeg een maaltijd aangeboden op het stadhuis en op haar beurt nodigde zij een week later de stadsbestuurders uit op het Hof. Twee jaar later werd zij officieel ingehuldigd, maar Maria was zich ervan bewust dat zij alleen met de steun van de Staten-Generaal haar wankele positie kon behouden.

Hofzaal Markiezenhof Bergen op Zoom. (Foto: J. de Koning, 1996, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed)

De hofzaal van het Markiezenhof in Bergen op Zoom. (Foto: J. de Koning, 1996, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed)

Elisabeth moest op eieren lopen om te voorkomen dat zij de stad tegen zich in het harnas zou jagen. Door tactvol optreden lukte het haar in het begin alle partijen tevreden te stemmen. Zelfs de kerkenraad voldeed aan haar verzoek behalve voor andere overheden voortaan ook voor haar te bidden in de kerkdiensten. Op haar beurt nam zij op verzoek van de gereformeerde kerk maatregelen tegen ontheiliging van de zondagsrust en onwettige huwelijkssluitingen door priesters op het platteland en verklaarde zij dat ze samenkomsten van katholieken in de stad zou tegengaan. Een slimme zet was ook de benoeming van twee gereformeerde raadsheren, van wie met name Justus Turcq (1611- 1680) een loyale en betrouwbare adviseur zou blijken te zijn. Deze was tevens haar lijfarts.

 

Toenemende spanningen

Achter de schermen werkte Elisabeth echter onverdroten aan de verwezenlijking van haar doel, herstel van de katholieke kerk in Bergen op Zoom. Met haar instemming en steun werd een pater belast met de zielszorg en werd een katholieke kerkenraad in het leven geroepen. Ondanks het verbod van de magistraat en tot grote ergernis van de gereformeerde kerkenraad belegde men katholieke bijeenkomsten in de stad. De drossaard was op de hoogte, beloofde dat hij de diensten zou verstoren, maar greep niet in.

Elisabeths eigen aalmoezenier droeg met goedvinden van de Staten-Generaal de mis op binnen de muren van het paleis. Sommige katholieke inwoners slaagden erin op dat moment binnen te komen, maar als de markiezin dat merkte, stuurde zij hen weg. Zij was zich bewust van het delicate karakter van dat soort bijeenkomsten. Een aantal keren probeerde zij actief inwoners te bekeren tot het katholicisme, maar de gereformeerde kerkenraad moest dit gezien het gebrek aan steun van de magistraat morrend accepteren. Mede door slim gebruik te maken van haar recht lage en hoge ambtenaren te benoemen slaagde zij erin goodwill te kweken bij het stadsbestuur.

Markiezenhof in Bergen op Zoom. (Foto: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed)

Het Markiezenhof in Bergen op Zoom. (Foto: J. de Koning, 1996, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed)

Oproer

In 1653 sloeg alsnog  de pan in de vlam en kwam het sluimerende verzet tegen Elisabeth tot een uitbarsting. Een magistraat had overmoedig uitgeroepen dat men de wapens van Oranje voor het stadhuis wel zou kunnen verwijderen, net zoals men dat eertijds had gedaan met de wapens van de koning van Spanje. Dit viel bij de Oranjegezinde bevolking niet in goede aarde. De economische omstandigheden waren slecht als gevolg van de oorlog met Engeland en men zag de Prins van Oranje als de redder van het vaderland.

Er brak oproer uit waarbij het huis van de rentmeester het moest ontgelden en grote groepen oproerkraaiers andere burgers bedreigden. Het wapen van de markiezin werd van een huis afgehaald en voorzien van een oranje strik in triomf rondgedragen. Velen riepen “Vive le Broechem” om de drossaard te steunen en hun afkeer van de markiezin te uiten.

Markiezenhof Bergen op Zoom binnenplaats

Markiezenhof Bergen op Zoom binnenplaats. (Foto: Wikimedia Commons, Chris06)

Canaille

Elisabeth reisde op 20 juli af naar Den Haag en deed bij de Staten-Generaal haar beklag over de ongeregeldheden en beledigingen aan haar adres. Het stak haar dat mensen oranje linten op hun hoed droegen en dat ze zelfs een dienaar van haar hadden gedwongen hetzelfde te doen. Bovendien had het “canaille oock schandelijck langs de straten van haer gesproocken en geroepen”.

De Staten-Generaal stuurden een gezant en extra troepen, zodat na vijf dagen de orde werd hersteld. Drie aanstichters vluchtten de stad uit; eentje keerde nooit terug en de andere twee werden twee jaar later gegeseld, gebrandmerkt en verbannen.

Ook buiten de stad had de markiezin vijanden. Vanwege de strategische ligging van de stad volgden Holland en Zeeland met argusogen de markiezin die immers katholiek was, net als Spanje en Frankrijk, de vijanden van de Republiek. In 1654 en 1655 probeerden de Staten van Zeeland haar zelfs buiten spel te zetten door haar recht om magistraten te benoemen te dwarsbomen. Raadsheer Justus Turcq wist dit echter te voorkomen.

In een kort bericht voerde hij tot haar verdediging aan dat zij bij de benoeming van magistraatsleden “met soodanige voorsichtigheyt, circumspectie ende genegentheyt heeft geprocedeert, dat het wel seecker is dat den Staet, en de Stadt volkomene verghenoegen in de selve konden nemen”. Met andere woorden: niemand hoeft zich zorgen te maken.

 

Leugens

In 1657 kwam er bijna een einde aan haar bewind. Elisabeth was nauw bevriend met koningin Elisabeth Stuart, de weduwe van Frederik van de Palts, de Winterkoning, die met haar kinderen in Den Haag woonde. Toen Elisabeth eens op bezoek was in Den Haag, vertrouwde prinses Louise haar toe dat zij zich wilde bekeren tot het katholieke geloof. Elisabeth adviseerde haar en hielp haar te vluchten naar Antwerpen waar zij in een klooster trok. Toen de koningin de verdwijning van haar dochter en de kwalijke rol van Elisabeth ontdekte, riep zij de hulp in van de Staten-Generaal.

Elisabeth ontkende, maar men vond in de kamer van Louise brieven van Elisabeth waaruit bleek dat zij daadwerkelijk hulp had geboden. Om haar te straffen ontnamen de Staten-Generaal haar het recht nog drossaards, schouten en andere ambtenaren van politie en justitie te benoemen. Elisabeth voelde zich als een kat in het nauw en schreef de koningin dat Louise niet alleen om geloofsredenen was vertrokken, maar ook omdat ze zwanger was. Met deze leugen riep zij de woede van de koningin en de afkeuring van de Staten-Generaal en andere aanzienlijken over zich af.

De Grote Markt te Bergen op Zoom met in het midden de Sint-Gertrudiskerk. Hans Bol, omstreeks 1587, tempera op perkament. De heuvel linksboven is fantasie, maar de rest van de afbeelding klopt. Collectie Museum het Markiezenhof.

De Grote Markt te Bergen op Zoom met in het midden de Sint-Gertrudiskerk. Hans Bol, omstreeks 1587, tempera op perkament. De heuvel linksboven is fantasie, maar de rest van de afbeelding klopt. (Bron: Museum het Markiezenhof)

Alle rechten voorbehouden

Onderzoek

Elisabeth raakte in een dusdanig geïsoleerde positie dat zelfs haar bedienden niet langer het verschuldigde respect toonden. De kerkenraad en drossaard Van Broechem zagen nu hun kans schoon om een einde te maken aan de toegenomen paapse vrijpostigheden in Bergen op Zoom. Men klaagde bij de Staten-Generaal dat de markiezin katholieken benoemde in de magistraat en dat zij verantwoordelijk was voor de groei van het katholieke volksdeel, wat een risico betekende voor de staatsveiligheid.

De Staten-Generaal stuurden een commissie naar de stad om een en ander uit te zoeken. Twee weken lang sprak de onderzoekscommissie met de kerkenraad, de leden van de magistraat, raadsheren van de markiezin en katholieke inwoners. De Staten-Generaal besloten hierna dat er geen katholieken meer mochten worden benoemd in het stadsbestuur en namen enkele maatregelen die de uitoefening van de katholieke religie inperkten. De markiezin werd in haar rechten hersteld.

 

Justus Turcq

Desondanks voelde raadsheer Justus Turcq zich in 1659 nog eens  geroepen de markiezin te verdedigen tegen valse beschuldigingen. In een rapport aan de Staten-Generaal betoogde hij dat de markiezin voluit betrouwbaar was en verzocht hij rekening te houden met haar moeilijke positie. Na de overgang van haar vader naar de Staatse troepen was zij immers niet langer welkom in de Spaanse Nederlanden en moest zij zich als katholieke edelvrouw zien te handhaven onder een gereformeerde overheid.

Toen Justus Turcq twee jaar later tot ouderling werd verkozen, verbeterde Elisabeths relatie met de kerkenraad. Het bleef jarenlang rustig in Bergen op Zoom, tot in 1671 de Bergenaren nog eens klaagden dat opnieuw inwoners van de stad katholieke activiteiten aan het hof bijwoonden. Een commissie zette Elisabeth onder druk maatregelen te nemen om dit te voorkomen.

Overigens weigerde ouderling Justus Turcq mee te doen, zodat de kerkenraad op dit punt onderling verdeeld was. In datzelfde jaar overleed de markiezin na een regeringsperiode van twintig jaar. Nog eenmaal kwam de antipathie tegen de heerseres aan de oppervlakte: de scriba, de secretaris van de kerkenraad, verzocht de burgemeester te wachten met het luiden van de doodsklok voor mevrouw de markiezin tot na de avondlijke kerkdienst.

 

Bronnen

De Mooij, C., Geloof kan Bergen verzetten. Reformatie en katholieke herleving te Bergen op Zoom 1577-1795, Hilversum, 1998.

Turcq, J., Kort bericht raeckende de Privilegien ende Costumen van Bergen op  den Zoom, aengaende het stellen van de Magistraet aldaer. Amsterdam, 1655. 

Van Aitzema, Saken van Staet en oorlogh, in, ende omtrent de Vereenigde Nederlanden. Beginnende met het Jaer 1645 ende eyndigende met het Jaer 1656. Derde deel, ’s-Gravenhage, 1669.