Geboortedatum: | Sterfdatum:

Maria Nettenbreijers

Maria Nettenbreijers

Maria Nettenbreijers-Van de Berg. (Foto: z.j., heemkundekring Angrisa)

Alle rechten voorbehouden

Maria Nette(n)breijers werd geboren in Hedel op 25 september 1821. Maar liefst vijftig jaar lang werkte zij als bodin, vanaf 1846 in Hedel en daarna in Engelen. Op 15 januari 1910 overleed zij op 88-jarige leeftijd.

Begonnen in Hedel in 1846 maakte Maria ergens in de loop van de negentiende eeuw de overstap naar Engelen. We weten niet precies hoe ze hier terecht kwam, maar de kans is groot dat zij als bodin steeds met het Lithse veer langs het dorp voer en zo de mogelijkheden van Engelen ontdekte. Langs de Diezekant stonden het meisjespensionaat Onze Lieve Vrouw van Lourdes en grote woonhuizen die voor haar waarschijnlijk potentiële klanten herbergden. 

Het kan ook zijn dat de charmes van schipper Johannes van den Berg (1807-1882) Maria naar Engelen lokten; ze was in ieder geval met hem getrouwd. Ze kregen een dochter genaamd Johanna Catharina (‘Jans’) van den Berg (1866-1941). Deze Jans trad in de voetsporen van haar moeder en later hielp Maria Francisca (‘Marie’) (1902-1994), de dochter van Jans en haar man Lambertus van de Grint (1871-1952) , haar moeder ook nog met het werk. Marie van de Grint zouden we dus de derde generatie in de lijn van de bodinnen van Engelen kunnen noemen.


De bodin van Engelen

Het werk van een bodin valt te vergelijken met de huidige boodschappenbezorgdiensten van bijvoorbeeld supermarkten en onlinewinkels. In plaats van van een busje maakten de bodinnen van Engelen gebruik van het Lithse veer dat dagelijks heen en weer voer tussen Lith en ’s-Hertogenbosch. Alleen ’s winters, wanneer het veer niet voer, deed de bodin haar werk met paard en kar. 

Om mee te kunnen met de boot moest Maria Nettenbreijers op een bepaalde tijd aanwezig zijn op de kade in Engelen. Als de boot kwam moest ze meteen instappen, want de boot had vaste vaartijden. Waren er geen boodschappen om te bezorgen en hoefde niemand mee te varen dan werd vanaf de kade een bepaald teken gegeven, meestal met een vlag, waardoor de veerboot kon doorvaren en niet hoefde aan te leggen.

Adresboek der stad 's Hertogenbosch, 1869

Bladzijde uit het Adresboek der stad 's Hertogenbosch (1869) met daarin de dienstregeling van de veerboot tussen Hedel en Den Bosch. (Bron: oorspr. uitgeverij J. Klaassens, Den Bosch)

De Brede Haven

Voordat de veerboot aankwam, had Maria al bij enkele mensen zoals de pastoor, burgemeester, winkeliers en de zusters van het pensionaat de briefjes opgehaald waarop hun boodschappen stonden. Andere mensen die iets te bestellen hadden, konden hun boodschappenbriefje voor een bepaald tijdstip afgeven bij de bodin. 

Gewapend met een grote rieten mand en de boodschappenbriefjes stapte Maria aan boord van het veer. De eerste stop was bij de kolenhandelaar. Daar gaven zij en haar medepassagiers, want vanaf Lith had de veerboot meestal al meerdere mensen opgepikt, hun bestellingen af. Zo kon de kolenboer de zakken met alvast kolen klaarzetten, waarna deze dan op de terugweg werden meegenomen.

Maria voer mee tot de Brede Haven in Den Bosch. Daar stapte ze uit om óf de bestellingen bij de diverse handelaren af te geven óf om zelf de bestelde producten te gaan kopen. Denk bijvoorbeeld aan knotten wol, vlees en artikelen van de drogisterij. Op de terugweg van het veer werden vervolgens de bestelde kolen ingeladen. 

Bij aankomst in Engelen werden alle goederen snel van boord geladen en op de kade gezet. Grote dingen werden door de mensen die ze besteld hadden zelf afgehaald met de kruiwagen, of ze konden het door de vader van Maria thuisgebracht krijgen. Daar moest dan natuurlijk wel extra voor worden betaald. De kleinere artikelen die Maria in haar mand had meegenomen, werden door haar zelf thuisgebracht. Dat gebeurde uiteraard ook weer tegen een kleine vergoeding. Die was op enig moment 2 cent per besteld artikel. 


Jubileum

In 1896 werd Marie van den Berg Nettenbreijers vijfenzeventig jaar en vierde zij haar vijftigjarig jubileum als bodin. Dat haar functie in Engelen werd gewaardeerd blijkt wel uit het feit dat die dag de bomen langs de Diezekant waren versierd. Na Maria’s jubileum nam dochter Jans het werk van haar over. Zij werkte nog vijfenveertig jaar als bodin in Engelen. Maar de auto was inmiddels in opkomst waardoor het vervoer per veer afnam en daarmee ook het werk van de bodin. Na de oorlog hield het beroep op met bestaan in Engelen.      

 

Bronnen

Dit artikel kwam tot stand op basis van een gesprek met Maria van de Grint. 

Ellen, C. ter., ‘Bodin in Engelen’, in: Angrisanieuws (nieuwsbrief heemkundekring Angrisa) (nr. 18, 2018), 4-5.