Geboortedatum: | Sterfdatum:

Martin Broers

Spanjestrijder

Martin Broers in Het nieuws van den dag voor Nederlandsch-Indië.

Krantenkop van een interview met Martin Broers. (Bron: Het nieuws van den dag voor Nederlandsch-Indië, 7 juli 1938, Delpher)

Martinus Wilhelmus Johannes Broers (1914-1945) wordt geboren uit het in juni 1908 gesloten huwelijk tussen wever Franciscus Cornelius Broers (1887-1969) en Maria Adriana Spijkers (1889-1969). 

Martin is net als zijn vader wever van beroep. Hij woont kort in Loon op Zand en op het adres Hobbemastraat 41 in Tilburg. Daarna vertrekt Broers naar Spanje, om daar te vechten in de Internationale Brigades tegen Franco (1892-1975). In het bevolkingsregister staat dat Martin in februari 1937 uit Tilburg vertrekt, een Spaans document meldt dat hij op 4 augustus 1937 in Spanje aankomt. Zelf verklaart Broers eind juli 1938 dat hij "van oktober 1936 tot enkele weken eerder" in Spanje is geweest. Zijn verblijf aldaar is dus met de nodige onduidelijkheid omgeven. 

De naam van Broers wordt genoemd in een op 23 november 1937 door Nicolaas Wouter Roubos, agent-inspecteur bij de politie in Amsterdam, opgemaakt proces-verbaal. Broers wordt daar overigens steeds “Broere” genoemd. De Amsterdammer Jan Homma (1913-1985) verklaart dan dat hij uit Spanje is gevlucht, samen met “een zekere Martin Broere uit Tilburg”. Samen reizen ze tot aan Marseille. Broers "stroopte daarna in Frankrijk de Spaansche consulaten af om geld, onder het voorwendsel dat hij naar Spanje wilde". Dit tot tegenzin van Homma die zonder Martin Broers verder gaat. Maar Broers zoekt Homma daarna op in Amsterdam “(…) en vroeg hem of hij, daar hij geen weg wist in Amsterdam, met hem meeging naar het Spaansche consulaat aan de Noorder Amstellaan, alhier, wat hij deed. Broere was zonder middelen van bestaan, wilde ondersteuning hebben; hij bezat een Spaansch paspoort en kon aantonen dat hij in Spanje was geweest; teevens wilde hij middelen hebben om naar Spanje te kunnen terugkeren”.

Een consulair medewerker laat weten dat ze zich beter tot de CPN kunnen wenden. Op het Amsterdamse districtskantoor van de CPN aan het Frederiksplein krijgt Broers daarna twee gulden voor onderdak en eten. 

 

Gedesillusioneerd revolutionair

De Gustav-liste, een lijst van alle Spanjestrijders, met beoordeling van hun gesteldheid en houding ten opzichte van het communisme, meldt dat Broers uit het republikeinse leger is gedeserteerd met behulp van een Nederlandse diplomaat. Terug in Nederland zou Broers (blijven) ageren tegen de Spaanse volksrepubliek en de Internationale Brigades. Martin Broers zou volgens Gustav zelfs spreken op fascistische bijeenkomsten. Gustav noemt hem daarom een provocateur en een “vollständig konterrevolutionäres Element”. De informatie uit de Gustav-liste is bijna zonder uitzondering erg onbetrouwbaar, maar we weten wel waarop deze typering van Broers is gebaseerd. 

In maart 1938 bericht het Nieuws van de Dag voor Nederlands-Indië voor het eerst over Broers, en in juni en juli 1938 is Martin Broers’ verhaal over Spanje in o.a. de Nieuwe Tilburgsche Courant en de Nieuwe Venlosche Courant te vinden. Deze beide berichten zijn ontleend aan verslaggeving, kort daarvoor, in De Telegraaf

We kunnen lezen dat het ronselen niet meer zo’n omvang heeft als voorheen, en dat de bedragen die betaald worden ook aanzienlijk lager zijn, maar dat er nog iedere week Nederlanders zouden vertrekken. Van naïviteit kan echter geen sprake meer zijn, het mag voor iedereen duidelijk zijn dat deze mannen niet (meer) naar Spanje gaan om te werken. De zogenaamde ‘aanwervers’ handelen meestal namens de CPN of de Internationale Rode Hulp. De “24-jarige jongeman M.W.J. Broers” is het, aldus de krant, na verschillende vergeefse pogingen gelukt de 11de Internationale Brigade te ontvluchten. Hij verklaart dat hij ruim anderhalf jaar in het Spaanse republikeinse leger heeft gediend. Broers zegt dat de meeste brigadisten gedwongen worden te blijven, want “desertie wordt met de kogel bestraft”. Met geschokte zenuwen zou Martin Broers zijn teruggekeerd naar zijn geboorteland, vooral ook omdat hij zijn Nederlandse nationaliteit heeft verloren.

 

Aansluiten is eenvoudig, vertrekken niet

Vertrekken naar Spanje is volgens Broers gemakkelijk genoeg. Er zijn in Noord-Brabant wervingsbureaus in ’s-Hertogenbosch, Breda en Tilburg. Vooral onder werklozen wordt geronseld. Zo is het ook bij Broers gegaan. Bij het stempellokaal is hij aangesproken door een Tilburgse communist die enkel wordt aangeduid als “F.S.S.”. Deze S. was volgens Broers een van de leiders van de Tilburgse textielstaking in 1935. Hij geeft Broers reisgeld naar Amsterdam. Daar moet Martin Broers zich melden bij de CPN aan het Frederiksplein. Bij het Volkskoffiehuis elders in de stad krijgt hij twee dagen gratis onderdak. Weer een paar dagen later krijgt Broers in dit etablissement van de Tilburger “Sm.” een derdeklas treinkaartje naar Parijs en een bedrag van fl. 25,-. Hij moet zich melden in hotel Neuville aan de Boulevard Lafayette. Broers treft in het hotel een commissaris van de Franse communistische partij die hem weer doorverwijst naar het gebouw van de Internationale Rode Hulp. Daar houdt een vertegenwoordiger van de Spaanse communistische partij een toespraak voor zo’n 150 personen. Alle aanwezigen krijgen een nummer en worden vervolgens gekeurd door twee Franse artsen. Van degenen die goedgekeurd worden wordt een lijst met gegevens ingevuld, ze ontvangen ook 500 francs handgeld. 

Broers en de anderen moeten zich de volgende avond weer melden. Iedereen ontvangt een treinkaartje naar Perpignan en opnieuw een bedrag van 300 francs. In die Zuid-Franse plaats wordt de groep ondergebracht in een voormalig militair ziekenhuis dat nu door de Internationale Rode Hulp in gebruik is. Met bussen gaat het de volgende dag naar Figueres. In een fort in de bergen krijgen de mannen daar gedurende vier dagen militair onderricht. Daarna gaan de rekruten naar een kazerne in Barcelona waar hen een uniform wordt uitgereikt. Vervolgens door naar Albacete waar ze deel gaan uitmaken van het Ernst Thälmann-bataljon. Van hier is het nog maar een kleine stap naar het Jamara-front. Daar speelt het gebrek aan militaire ervaring de mannen al gauw parten; de verliezen zijn dan ook groot. De laatste periode voor zijn desertie was Martin Broers ingedeeld bij een afdeling volautomatisch luchtafweergeschut, een legeronderdeel dat, althans volgens deze krantenberichten, bijna volledig uit Nederlanders bestaat.

Het is volgens Broers wel moeilijk om uit Spanje te ontsnappen. Niet alleen omdat men voortdurend onder controle staat, maar vooral omdat de Nederlandse consulaire ambtenaren daarbij geen medewerking verlenen. Zowel in Sète als in Marseille wordt Broers reisgeld voor Nederland geweigerd. In Marseille weet hij van de politieprefect nog wel een treinkaartje naar Parijs los te peuteren. Van daaruit bereikt Martin Broers, naar eigen zeggen deels lopend deels liftend, Nederland. 

 

“Ik ben aan Spaansche Hel ontsnapt”

Een week na het "relaas van de jonge Tilburgenaar" Broers in de Nieuwe Tilburgse Courant staat in het Nieuws van den Dag voor Nederlandsch- Indië een vergelijkbaar verslag. Deze krant zet het echter met de kop “Ik ben aan Spaansche Hel Ontsnapt” nog zwaarder aan. Wat volgt wordt “het ware verhaal van de lotgevallen van een werklooze textielarbeider” genoemd. Over de manier waarop men moed aankweekt zegt Broers dat de wijn er bij stromen vloeit. Kort na een hevig gevecht met nationalistische troepen wordt Martin Broers slachtoffer van een bomaanval. Hij is lichamelijk weliswaar ongedeerd, maar moet met een zenuwschok wel naar een ziekenhuis in Madrid worden overgebracht. 

Na zijn herstel krijgt Broers orders om zich weer bij zijn commandant in Albacete te melden. Hij ziet echter zijn kans schoon en gaat richting Valencia om daar de Nederlandse consul op te zoeken. Tevergeefs, want Broers wordt gepakt en naar eigen zeggen wegens desertie tot twee maanden cel veroordeeld. Na zijn gevangenisstraf wordt hij naar het front van Teruel gestuurd. Door een misverstand in het heetst van de strijd moet Broers het daar drie dagen zonder eten en drinken stellen. Bovendien krijgt hij ook nog eens een kogel in zijn voet en duurt het daarna dagen voordat een ambulance hem oppikt. En alsof het allemaal niet nog ellendiger kan zou Broers er in augustus 1937 getuige van zijn geweest welke verwoestingen er in Brunete zijn aangericht. Na tal van omzwervingen komt de luchtafweergeschuteenheid waarvan hij, inmiddels opgeklommen tot onderofficier, nog steeds deel uitmaakt in december terecht in Noord-Spanje. Een incident doet zich daar voor als Broers vier vliegtuigen naar beneden haalt die bij nader inzien splinternieuwe (Russische) toestellen voor het regeringsleger blijken te zijn. Afwachten tot men hem hiervoor voor het vuurpeloton zal brengen doet hij niet. In Valencia ziet hij kans tijdens een luchtbombardement aan boord te komen van een Engels schip.

Geholpen door een Nederlandse matroos wordt Martin Broers tussen de kolen verborgen gehouden. In Sète gaat hij aan wal, om vervolgens door te reizen naar Marseille. Terug in Nederland gaat hij meteen naar het Amsterdamse CPN-kantoor. Anders dan Jan Homma voor de politie zal verklaren zegt Broers dat hem resoluut de deur wordt gewezen. Het is erg lastig na te gaan aan welke weergave van zaken we de meeste waarde moeten hechten. Al lijkt het wel duidelijk dat Martin Broers (veel) minder lang in Spanje is geweest dan hij in de pers stelt. Wel zou het kunnen dat, zoals Homma meedeelt aan agent Roubos, Broers in het bezit is van een Spaans paspoort. Maar gezien de krantenberichten zal het niet zo zijn dat, wat Homma ook beweert, hij naar Spanje terug wil keren. Duidelijk is bovenal dat Martin Broers over een behoorlijk rijke fantasie moet hebben beschikt. De berichtgeving over zijn “gruwelijk oorlogsjournaal” is uitermate kleurrijk en Broers is na afloop “een ervaring rijker en een illusie armer”.

Wat Martin Broers precies doet in de tweede helft van 1938 is niet zeker. Maar wel weten we dat hij tussen begin 1939 en 15 juli van dat jaar wordt geïnterneerd in Veenhuizen. Hij trouwt na terugkomst in Tilburg op 13 september 1939 met Hendrika Elisabeth Lelieveld (1917 - 1994), dienstbode van beroep. Ze wonen op het adres Pelikaanstraat 9. Ondanks de negatieve berichtgeving in de kranten is het niet duidelijk in hoeverre Broers zijn communistische overtuiging verloochent. In het eerste jaar van hun huwelijk wonen Martin en zijn vrouw ook kort in Maastricht, Leiden en Geldrop. Omdat Martin gaat werken in een textielfabriek in Mönchengladbach vertrekt het echtpaar Broers in het najaar van 1940 echter naar Duitsland. 

 

Dubieuze rol

In juli 1941 zijn ze weer terug in Tilburg. Martin is daarna ook kort in diverse plaatsen in Gelderland en Overijssel, waar hij contact legt met plaatselijke CPN-leden. Maar omdat hij vreest te worden opgepakt, duikt hij onder in de buurt van Waalwijk. Een uiterst dubieuze rol speelt Broers, vanwege zijn haarkleur vaak 'De Rooie' genoemd, tijdens zijn omzwervingen wel. Hij heeft ook contact met W.G. Becker, een uit Essen afkomstige Duitser die werkzaam is bij de Sichterheitspolizei (SIPO). Broers noemt Becker enkele namen van personen waarvan hij weet dat ze betrokken zijn bij De Vonk, de Limburgse editie van De Waarheid. Ook op andere plaatsen is Martin er volgens zijn CABR-dossier verantwoordelijk voor dat er CPN-leden worden gearresteerd. 

Waarschijnlijk maakt Martin Broers in Tilburg ook deel uit van een groep van circa 45 communisten die na de Duitse inval besluit om de illegale krant Vrede-Vrijheid uit te gaan geven. Het communistisch verzet in Tilburg wordt een gevoelige slag toegebracht als Sjef Doedee samen met enkele anderen op 25 juni 1941 wordt gearresteerd. In oktober volgt de arrestatie van Broers. Hij wordt geïnterneerd in de gevangenissen in Scheveningen en Arnhem, en in de kampen in Amersfoort en Vught. In september 1944 gaat Martin op transport. 

Hij komt terecht in het concentratiekamp Sachsenhausen. Mogelijk wordt Broers tewerkgesteld in de vlakbij de stad Oranienburg gelegen, door de nazi’s geconfisqueerde, Heinkel-fabrieken. Maar ook de kampen Sandbostel en Neuengamme, in de omgeving van Hamburg, staan in zijn detentiegeschiedenis genoemd. Bovendien kan worden vastgesteld dat Martin Broers gevangen heeft gezeten in Bullenhuser Damm-school in het Hamburgse stadsdeel Rothenburgsort. Dit ‘buitenkamp’ van Neuengamme wordt op 11 april 1945 geëvacueerd. Op 24 april zal Broers overlijden, maar waar precies is niet bekend. Zijn overlijden wordt pas in 1952 in Nederland geregistreerd. Dit nadat een bericht van de minister van Justitie de ambtenaar van de Burgerlijke Stand in Tilburg bereikt.

 

Bronnen 

https://monument.vriendenkringneuengamme.nl/person/400691/martinus-wilhelmus-joannes-broers (stand op 18-03-2020).

Ministerie van Justitie, Verbaalarchief 1915-1940 (Geheim Archief), "Verbalen 1938", archiefnummer 2.09.22, inventarisnummer, 16810, Nationaal Archief Den haag.

Cammaert, A., Het verborgen front. Geschiedenis van de georganiseerde illegaliteit in de provincie Limburg tijdens de Tweede Wereldoorlog, Leeuwarden, 1994.

Nieuwe Tilburgsche Courant, 30-06-1938.

Nieuwe Venlosche Courant, zaterdag 2 juli 1938.

Nieuws van den dag voor Nederlandsch-Indië, 05-03-1938.

Nieuws van den dag voor Nederlandsch-Indië, 07-07-1938.

Archief Internationale Brigaden, Moskou, RGASPI F.545-Op.6-D.35-L.72.

Archief Internationale Brigaden, Moskou, RGASPI F.545-Op.6-D.403-L.15, 46.

Archief Internationale Brigaden, Moskou, RGASPI F.545-Op.6-D.404-L.8.