Een Ettenaar in Nieuw-Amsterdam

De naam Van Etten in Amerika

Gezicht op Nieuw Amsterdam, geschilderd door Johannes Vingboons. (Bron: 1664, Rijksmuseum)

Gezicht op Nieuw Amsterdam, geschilderd door Johannes Vingboons. (Bron: 1664, Rijksmuseum)

De familienaam Van Etten, Van Atta en vele andere varianten, komt in de Verenigde Staten van Amerika veelvuldig voor. Hoe komen de Amerikanen aan die naam? Allen zijn nakomelingen van een van de eerste Europese emigranten naar Nieuw-Amsterdam, de in Etten-Leur geboren Jacobus Jansen.

Jacobus Jansen werd volgens het rooms-katholieke doopboek van Etten op 22 oktober 1634 in de oude kerk op de Markt gedoopt als Jacobus, zoon van Johannes Marinus en Wilhelmina Johannes. Hij zou al in 1632 geboren zijn, waarom hij pas zo’n twee jaar later gedoopt is, weten we niet. Johannes had twee zussen en drie broers.

Doopinschrijving Jacobus Jansen (Bron:

De doopinschrijving van Jacobus Jansen. (Bron: West-Brabants Archief)

Migratie naar Nieuw-Amsterdam

Terwijl de noordelijke Nederlanden een ongekende bloei doormaakten – de Gouden Eeuw – heerste er in Brabant grote armoede als gevolg van de Tachtigjarige Oorlog. Vooral in West-Brabant veroorzaakte de strijd om de stad Breda veel armoede en ellende.

Jacobus was echter niet van plan zijn leven lang in armoede door te brengen. Toen zich de gelegenheid voordeed, besloot hij zijn geluk te zoeken in de Nieuwe Wereld, het huidige Amerika. Dat kwam doordat hij op twintigjarige leeftijd in contact kwam met Adriaen van der Donck (ca. 1618-1655).

Van der Donck stamde uit een welgestelde familie. Hij werd geboren in Breda en was een kleinzoon van Adriaen van Bergen, de bekende “turfschipper van Breda”. Hij had rechten gestudeerd in Leiden en zich in 1641 gevestigd als advocaat in Nieuw-Amsterdam, het huidige New York, waar hij een belangrijke rol speelde in de bestuurlijke inrichting van het nieuw verworven gebied.

Portret van Adriaen van der Donk (Bron: mid-zeventiende eeuw, maker onbekend, National Gallery of Art)

Portret van Adriaen van der Donk (Bron: mid-zeventiende eeuw, maker onbekend, National Gallery of Art)

Het ging Van der Donck voor de wind. Hij verwierf onder andere een boerderij met 97 hectare grond, thans in New York bekend als de wijk Yonkers naar de eretitel jonkheer/jonker die Van der Donck verkreeg, mogelijk vanwege zijn grote boerderij, of vanwege zijn rol in het sluiten van een vrede met de Native Americans. Van 1649 tot 1653 was hij in Nederland voor overleg met de Staten-Generaal over het functioneren van de directeur-generaal van Nieuw-Amsterdam, Peter Stuyvesant (1611/1612-1672). Tijdens zijn verblijf hier wierf hij arbeiders voor zijn boerderij. Hij spiegelde hen Nieuw-Nederland, de huidige staat New York, voor als het land van melk en honing. Op 15 mei 1652 tekende Jacobus Jansen een arbeidscontract voor zes jaar met een jaarsalaris van negentig gulden. Ook Aert Pietersen Tack uit Etten ging met Jacobus mee naar Nieuw-Amsterdam. Hier liepen nog twee personen rond met de naam Jacobus Jansen. Onze Jacobus, die hier ook bekend stond als “de lange Jansen” besloot daarom zijn achternaam te wijzigen in Jacob Jansen van Etten, naar zijn geboorteplaats.

 

Esopus-oorlog

Nadat Jacobus zijn contract had uitgediend, ging hij als hoofdarbeider werken op de boerderij van zijn dorpsgenoot Aert Tack. Deze boerderij stond aan de oever van de Hudson in Esopus, een gebied dat vroeger van de Native Americans van de Esopus-stam was. De kolonisten noemden het eerst Wiltwyk, tegenwoordig heet het Kingston in Ulster bij New York. In die tijd was het er allerminst veilig. Diverse oorlogen werden gevoerd met de Native Americans. Tijdens de tweede Esopusoorlog staken de Native Americans op 7 juni 1663 twaalf huizen en de kerk in brand. Ze vermoordden (en scalpeerden) 15 mannen, 4 vrouwen en 2 kinderen en namen 44 inwoners, waaronder 30 kinderen mee. Ook de boerderij van Aert Tack ging in vlammen op. Men dacht dat Aert daarbij om het leven was gekomen. Dat was echter niet het geval. Vanwege de vele schuldeisers die hem achter de broek zaten, had hij de benen genomen en was naar Nederland teruggekeerd. Zonder zijn vrouw, Annetje Arians, die in verwachting was, en zijn zoontje. Annetje, haar zoontje en Jacob Jansen van Etten overleefden de slachtpartij.

Omdat Aert ondertussen in Nederland was hertrouwd, ontbond de rechtbank van Nieuw-Amsterdam op 21 augustus 1664 het huwelijk tussen hem en Annetje op grond van bigamie. Hoewel Aert voor de zitting was gedagvaard, was hij niet komen opdagen.
Op 11 januari 1665 trouwde Annetje in het Nederlands-hervormde kerkje van Kingston met Jacob Jansen van Etten, haar vroegere hoofdknecht. In het kerkarchief zijn de stukken nog in het Nederlands, toen de voertaal, terug te vinden. Jacob en Annetje kregen tien kinderen. Deze kinderen kregen ook weer acht tot negen kinderen. Het wekt dan ook geen verbazing dat in de Verenigde Staten van Amerika veel nazaten van Jacob Jansen van Etten rondlopen. Naast de achternaam Van Etten zijn er wel veertien varianten te vinden, bijvoorbeeld Van Atta. Jacob Jansen van Etten overleed in 1693 in Hurley in Ulster bij New York.

Honkbalplaatje Russel van Atta (Bron: Goudy Regular (Baseball) Card #215)

Honkbalplaatje Russel van Atta (Bron: Goudy Regular (Baseball) Card #215)

Nazaten

Enkele bekende nazaten van Jacob zijn onder andere Captain John van Etten (ca. 1720-1786) die contact had met Benjamin Franklin (1706-1790). Franklin stuurde hem in 1756 drie brieven waarin hij John verzocht een compagnie in het leven te roepen om het gebied te verdedigen tegen aanvallen van Native Americans. Hij instrueerde hem ook hoe hij die compagnie moest inrichten. Een andere bekende is de honkballer Russell Van Atta (1906-1986). Hij speelde zeven jaar als pitcher in de Major League o.a. van 1933 tot 1935 voor de New York Yankees.

Sharon van Etten (Foto: Justin Higuchi, 2019, Wikimedia Commons)

Sharon van Etten (Foto: Justin Higuchi, 2019, Wikimedia Commons)

Een hedendaagse bekende nazaat is singer/songwriter Sharon van Etten. Zij trad verschillende keren op in Paradiso in Amsterdam, laatst nog in 2019.

Jacob heeft zijn sporen duidelijk nagelaten in de Verenigde Staten van Amerika.

 

Bronnen

Gosselink, M., Nieuw-Amsterdam / New York. De Nederlandse oorsprong van Manhattan, Amsterdam, 2009.

Van Buren, A., A history of Ulster County under the dominion of the Dutch, Astoria, N.Y., 1923.

Gouverneur, F., " Aert Pietersen Tack", in: New Netherland connections (mei 2002).

Erfgoedweb Breda, geraadpleegd juli 2020.

West-Brabants Archief, Bergen op Zoom.

Stadsarchief Amsterdam.

Archief Dutch Reformed Church, Kingston, Ulster, New York.