Een dorpsstraat in de achttiende eeuw

Sprundel door Dirck Verrijk

Sprundel door Dirck Verrijk, rond 1765. (Bron: Brabant-Collectie)

In de zestiende eeuw waagden kunstenaars zich voor het eerst en dan nog aarzelend aan het stadsbeeld als zelfstandige voorstelling, in de zeventiende eeuw zwol die stroom aan en toen kwamen daarbij ook de dorpen in beeld.

Tekenaars als Joshua de Grave (1643-1712) en Valentijn Klotz (1645-1721), ingenieurs in dienst van het Staatse leger, tekenden tussen 1671 en 1676 voorstellingen van Brabantse vestingsteden, maar zetten ook het aanzien van bijvoorbeeld Boxmeer, Bokhoven, Veghel en Wouw voor het eerst op papier.

Weer later, toen welgestelden zich aangetrokken voelden tot het buitenleven, brachten topografische tekenaars als Cornelis Pronk (1691-1759), Abraham de Haan (1707-1748) en Jan de Beijer (1703-1780) ‘het verheerlykt Nederland’ in beeld. Tientallen keren vouwde Pronk in Brabant zijn schetsboek open om er kastelen en buitenplaatsen te tekenen, maar ook dorpen en gehuchten.

In dezelfde traditie werkte Dirk Verrijk (1734-1786), die zijn brood verdiende als landschapsschilder voor interieuren, maar in de tweede helft van de achttiende eeuw ook een groot aantal topografische tekeningen maakte. Dankzij hem kunnen we ons nog de stilte voorstellen en de rust die rond 1765 heersten in de dorpsstraat van Sprundel bij Rucphen, waar aan de bebouwing te zien niet alleen boeren woonden. Het pand met de dwarskap midden op de tekening is de herberg ‘In de Haas’, herkenbaar aan een uithangbord en een drinkbak voor paarden van bezoekers. De tekening maakt deel uit van de Brabant-Collectie in de Tilburgse universiteitsbibliotheek.

 

Bronnen

Van Oudheusden, J., Erfgoed van de Brabanders. Verleden met een toekomst, ‘s-Hertogenbosch, 2014.

Van Uytven, R. (red.), Geschiedenis van Brabant, van het hertogdom tot heden, Zwolle, 2004.

 

Dit artikel is een bewerking van een tekst uit J. van Oudheusden, Erfgoed van de Brabanders. Verleden met een toekomst, ‘s-Hertogenbosch, 2014, 159.