Wouter Loeff

Joseph Bergaigne

Diplomaat en bisschop zonder zetel

Bergaigne

Portret van Joseph Bergaigne door pater Olivier, geschilderd tussen 1641-1645. (Bron: Noordbrabants Museum)

Joseph Bergaigne kwam op 1 mei 1588 in Antwerpen ter wereld als zoon van jurist Bernardijn Bergainge en Dymphna Bouwhuizen. Zijn familie kwam oorspronkelijk uit Italië. Bergainge promoveerde in de theologie en filosofie. In Leuven sloot hij zich aan bij de Franciscanen. Daarna vertrok hij naar Keulen en vervolgens naar Mainz vanwege een aanstelling als leraar godgeleerdheid.

In 1616 werd hij benoemd tot provinciaal (overste) van de Rijnprovincie en in 1618 tot commissaris-generaal van Duitsland en de Nederlanden. Hij stond in hoge aanzien bij de Duitse vorsten, inclusief de keizer en zij vroegen hem regelmatig om als bemiddelaar op te treden, bijvoorbeeld in 1636 bij de kroning van de latere keizer Ferdinand III (1608 - 1657) tot koning van Rome.

 

Bisschop van 's-Hertogenbosch

Toen Michaël Ophovius (1570-1637) overleed, werd Bergaigne door de koning van Spanje voorgedragen om hem op te volgen. Het duurde nog tot 1641 voordat hij ook daadwerkelijk bisschop was.

Als bisschop had Bergaigne een probleem: hij mocht zijn bisdom niet in van de Staten Generaal. Sinds de capitulatie van 1629 hadden zij 's-Hertogenbosch in handen en was het protestantisme de openbare godsdienst. De nieuwe bisschop kon niet in zijn stad verblijven en kreeg er ook geen inkomsten uit. Om dat te compenseren haalde hij zijn inkomsten uit de Abdij van Tongerloo en verbleef hij regelmatig op kasteel Geldrop.

Frederik Hendrik en Ernst Casimir bij het beleg van 's-Hertogenbosch (bron: Rijksmuseum)

Frederik Hendrik en Ernst Casimir bij het beleg van 's-Hertogenbosch. (Bron: Pauwels van Hillegaert, 1629-1635, Rijksmuseum)

Diplomaat

Namens de koning probeerde Bergaigne prins Frederik Hendrik (1584 - 1647) in 1639 en in 1643-44 tevergeefs te verleiden tot het sluiten van een afzonderlijke vrede met Spanje, dat op dat moment in meerdere oorlogen verwikkeld was.

Hij werd in 1645 benoemd tot bisschop van Kamerrijk, maar voordat hij daar zijn intrede kon doen, werd door de koning van Spanje naar Münster gestuurd. Hij was daar als plenipotentiaris (gevolmachtigd minister) om te onderhandelen en om bij het tekenen van de vrede aanwezig te zijn. Hij overleed echter voor het einde van de onderhandelingen.

 

Graf

Zijn graf bevond zich in Münster, in de kloosterkerk van de Franciscanen en ondanks zijn voortijdige dood hing zijn portret tussen die van de andere onderhandelaars in de raadszaal van het stadhuis. In 1663 werd zijn lijk naar zijn geboortestad Antwerpen gebracht.

Na zijn dood werd het bisdom niet meer door een bisschop, maar door een apostolisch vicaris bestuurd. Daar kwam met het herstel van de bisschoppelijke hiërarchie in 1853 een einde aan.

 

Bronnen

Van der Aa, A. J., Biografisch woordenboek der Nederlanden, Haarlem, 1852-1878, deel 2, 371-372.

Blok, P. J., en P. C. Molhuysen, Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek, Amsterdam, 1911-1937, deel 1, 314.

Beermann, V., Stad en meierij van 's-Hertogenbosch van 1648 tot 1672, Helmond, 1946.

Peijnenburg, J., Van Roomsche Zegeningen en Paapsche Stoutigheden, Nijmegen, 2009.

Van Oudheusden, J., en H. Tummers, De grafzerken van de Sint-Jan te 's-Hertogenbosch, 's-Hertogenbosch, 2010, 302.