Hilvarenbeek na de val van ’s-Hertogenbosch

Allegorie op de verovering van 's-Hertogenbosch door Frederik Hendrik, 1629 Hollands Triomff-Tonneel

Allegorie van het beleg van 's-Hertogenbosch in 1629. (Bron: Crispijn van de Passe, 1629, Rijksmuseum Amsterdam)

De welvaart van Hilvarenbeek in de vijftiende eeuw blijkt nog steeds uit de Sint-Petrus’-Bandenkerktoren en de enorme kerk. Ongetwijfeld hebben het feit dat Hilvarenbeek een religieus centrum was en de macht en rijkdom van het kapittel bijgedragen aan deze welvaart.

Een plaets met schoone huysen betimmert

Zelfs na de verschrikkingen van de Tachtigjarige Oorlog werd Hilvarenbeek "een plaets die groot is, steets gewyze met schoone huysen betimmert" (Van Oudenhoven, 1670, 74). Nog tijdens de Tachtigjarige Oorlog werd het dorp een cultureel centrum met een kapittelschool en een cantorij. Daarnaast had het een groot aantal intellectuelen onder haar bewoners. Dit betekende niet dat Hilvarenbeek gevrijwaard bleef van de oorlog.

In 1572, vier jaar na het uitbreken van de opstand, vond de eerste confrontatie plaats. "Den prince van Oraengien lach in de Kempen omtrent Hilverenbeeck ende syn volck roofde al wat se vonden". Spaanse troepen onder bevel van graaf Karel van Mansfeld (1543-1594) pleegden enkele overvallen op het dorp in 1583. Bij de overval op 9 juni 1583 verschansten de Bekenaren zich in de kerk en op het kerkhof waar zij, "toen cruyt off loot verschoten was, op de vijand schoten met wambeysen" (jasknopen) (Schutjes, 1873, 826-827). De Spanjaarden wonnen en brandden heel het dorp plat "ende nament al gevanghen, vrouwen ende mans ende jonge dochters" (Schutjes, 1873, 826-827). Troepenbewegingen, inkwartiering en brandschatting bleven Hilvarenbeek teisteren totdat in 1609 te Antwerpen het Twaalfjarig Bestand werd ondertekend.

 

Onheil

Tijdens het Twaalfjarig Bestand, in 1610, kreeg het kapittel van Hilvarenbeek een nieuwe deken in de persoon van Christianus Cauthals uit Mechelen. Hij verzocht in 1612 aan de bisschop van 's-Hertogenbosch, Ghisbertus Masius (circa 1546-1614), 1000 gulden te mogen lenen voor het herstel van de kerk. Bij een heftig onweer op 11 december 1615 trof de bliksem de kerktoren. De brandende spits viel op de net gerenoveerde kerk, waardoor een deel van de kerk in vlammen op ging. Er was voldoende geld aanwezig om de restauratie kerk snel ter hand te nemen.

Kerk Hilvarenbeek (Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed)

De kerk van Hilvarenbeek. (Foto: J.P. de Koning, 1973, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed)

Dat weten we dankzij het archief van de Beekse notaris Ghijsbrechts van den Nieuwenhuysen. Van den Nieuwenhuysen was sinds 23 augustus 1604 notaris van Hilvarenbeek en mocht dat na de val van 's-Hertogenbosch blijven. Daarnaast was hij procureur, rentmeester van het altaar van Maria Magdalena in de Beekse kerk en notaris van het kapittel. Zijn nagelaten archief, voornamelijk testamenten, bestrijkt de periode 1606-1656. In de testamenten die in deze periode voor hem passeren vinden we vaak bepalingen die gemaakt zijn onder invloed van de oorlog en de dreiging van de reformatie voor de katholieke bevolking van Hilvarenbeek.

 

Katholieke opleving

En katholiek was die zeker. Tot circa 1635 wensen alle testateurs een begrafenis in gewijde aarde en bevelen zij hun ziel "aan Godt van het hemelryck, Maria syne gebenedyde moeder ende de hemelschen geselschappe". Vrijwel  iedere testateur legateert, zowel voor als na de brand van 1615, geld aan de Beekse kerk.

Dingentken Bonaerts, weduwe van Cornelis van Aelst geeft in 1608 "Onser Lieve Vrouwe 8 gulden eens en nog eens 8 gulden tot optimmeringhe van 't Onser Lieve Vrouwe choor binnen de kerck", Willem Laureys Daem Bacx "legateert  in 1607 45 gulden tot restauratie ende optimmeringhe vande kercke van Hilvarenbeeck",  Willem Huybrechts van Beurden in 1615 100 gulden "tot erectie vande aultaer vanden Sueten Naeme Jesus off Heylich Sacramente". Twee jaar later subsidieert Peeter Marcelis Nycools de "restauratie off optimmeringhe vande aultaer van Onse Lieve Vrouw" in de kerk van Beek. Petrus Bruynincx, rector van het St. Agatha-altaar in de Beekse kerk geeft 25 gulden voor het vervaardigen van de beelden van St. Agatha en St. Lucia. Kwezel Mariken van Gorp legateert dit bedrag "om daervoir te coopen tot eerste gelegentheyt enich cieraet totte altaer van de H. Sacramente". 

Minder gegoede erflaters geven kleding aan de kerk. Zo doneert Wouter Lenaerts van Riel in 1617 "sijn beste box" (broek) aan het voornoemde Sacramentsaltaar en "synen besten culder" (mouwloos onderlijf) en zijn beste hoed aan het altaar van het H. Catharina.

Volgens P.C. de Brouwer (1874-1961) was er tijdens het bestand sprake van een opmerkelijke opleving van het katholieke leven in Hilvarenbeek. Het resulteerde onder andere in de heroprichting van de broederschap van het Sacrament in 1614 door kanunnik Michiel van den Nieuwenhuysen.

 

Terug in de strijd

Na de beëindiging van het Twaalfjarig Bestand, was er weer sprake van toenemende onrust in Hilvarenbeek. De oorlogsdreiging kwam opnieuw dichterbij. In 1624 verbood prins Maurits (1567-1625) de Hilvarenbeekse voerlieden om handel te drijven met de Spanjaarden en dreigde hij bij overtreding alle bewoners van het dorp aansprakelijk te stellen. Op 18 juni 1623, Sacramentsdag, hielden de leden van de gelijknamige broederschap geen teerdag "om den quaden periculosen tijt" (RAT, 772 1). Twee jaar later ging het feest niet door omdat "den benauden ende quaden tyt om den langdurighe belegeringhe van Breda" (RAT, 772 1). Als gevolg daarvan had de bevolking veel last van plunderende soldaten. Bovendien brak in het dorp de pest uit.

 

Bezittingen

Uit de testamenten blijkt dat in deze roerige tijden de kerken van Hilvarenbeek en Diessen (een dorp van de dingbank) gebruikt zijn voor de opslag van persoonlijk bezittingen. Zo vermaakt Anthonia Otten aan haar zus Lijsken een kist staande in de kerk van Diessen. Jooris Henrick Melis legateert aan zijn zoon Pauwel zijn tresoir (pronktafel) "gestaen als nu inde kerkcke van Hilvarenbeeck". En de weduwe van Peter Ghysbrechts van Zeelst geeft dochter Emerensken "de casse staende tegenwoirdich inde kercke alhyer". 

Kaartende soldaten tijdens beleg Den Bosch

Soldaten in hun vrije tijd tijdens het beleg van 's-Hertogenbosch in 1629. (Bron: Claes Jansz. Visscher, 1629-1647, Rijksmuseum Amsterdam)

 

De impact van de val van 's-Hertogenbosch

Na de val van 's-Hertogenbosch in 1629 kreeg de Hilvarenbeekse kapitteldeken Christiaan Couthals de opdracht van de bisschop van 's-Hertogenbosch, Michaël Ophovius (1570-1637), om voor de katholieken in de Meierij te redden wat er te redden viel. Hij ging dat jaar als vertegenwoordiger van aartshertogin Isabella (1566-1633) naar Den Haag met het verzoek om pastoors en kloosters in de Meierij te handhaven. In 1630 nam hij als vertegenwoordiger van de plattelandsbevolking van de Meierij deel aan een viertal conferenties tussen de strijdende partijen, gehouden te Tilburg. Het liep op niets uit. Ook het voorstel van Couthals om protestantse predikanten in de Meierij aan te stellen mits de Staten de uitoefening van katholieke godsdienst dulden, vond geen gehoor.

In dat jaar was in Hilvarenbeek sprake van "groote ende menichvuldighe swaerigheden soo om het overgaen van Shertogenbossche aen de Staeten, als oyck van de groote swaerighheyt over heel de Meyery  nopende het ruymen der kercken dat de Staeten van Hollant hebben geboden als willende ons priveren van de exercitie der Catholycke religie" (RAT, 772 1). Uit de testamenten bleek de angst voor het verbieden van de katholieke geloofsbeleving.

Rond 1630 is het gedaan met de legaten aan de Beekse kerk, of giften aan nonnen in Asten, Ommel of  Dommelen. Geen geld meer voor "de vier biddende orden binnen Shertogenbossche" om Beekse testateurs in hun gebeden te gedenken. En het is maar de vraag of de Bossche begijn Leonartken van den Kerckhoff "het schoon lieff vrouwken van Scherpenheuvel", dat zij bij testament kreeg van de Beekse kwezel Mariken van Gorp, in veiligheid heeft weten te brengen. 

 

Red de kerk

20Ahilvarenbeek.jpg

Jan van Nispen op een fresco in de kerk van Hilvarenbeek. (Foto: Marc Bolsius, Erfgoed Brabant)

Alle rechten voorbehouden
Om de katholieke kerk te redden schonk Maeyken Jansen van Gorp aan "het maechdenhuys tot Oisterwijck een rente, ende dat soo lange sy in Catholycke religie by een woonen", en aan de kerk van Hilvarenbeek een rente, te genieten "soo lange daerinne de Catholycke religie sal worden gecelebreert". Gijsbrecht Mertens uit Diessen benoemde zijn neef  tot executeur-testamentair "mits roomsch catholyck blijvende". Beurzenstichtster Marie Luyten bepaalde dat alleen katholieke studenten in aanmerking kwamen.

Slechts een enkele keer bleek een inwoner van Hilvarenbeek winst te hebben gemaakt door de oorlogsomstandigheden. Dorpssecretaris Barthelomeus Janss de Cort (1572-1632) verdiende tijdens de Tachtigjarige Oorlog zoveel aan intresten, uitwinningen en het opkopen van verlaten en vervallen onroerende goederen dat zijn weduwe en kinderen een groot deel van de inpolderingen van het Waddeneiland Nordstrand konden bekostigen. Toen zijn broer en zus, Elisabeth de Cort en kanunnik Christiaen de Cort (1584-1652), een testament maakten, legateren zij zes gulden aan de armen: "voir hen onrechtveerdich goet dat sy souden moghen hebben ende sy nyt en weeten".

 

Gevolgen van een slopende strijd

De gevolgen van de oorlog waren voor Hilvarenbeek desastreus. Ondanks de demografische groei tijdens het Twaalfjarig Bestand daalde de bevolking tussen 1526 en 1629 met 20%, en ondanks de florerende bedrijvigheid van een groot aantal vrachtrijders bereikte het dorp nooit meer haar oude luister. De kerk werd in 1636 definitief gesloten voor de katholieke eredienst, de kanunniken vertrokken naar de Zuidelijke Nederlanden en de kapittelschool sloot haar poorten in 1648.

Verschillende kapitaalkrachtige Bekenaren, zoals Hendrick de Cort (1613-1667), volgden dit voorbeeld. In Brussel was hij secretaris van de Raad van Brabant. Zijn weduwe, Catharina Stevens (circa 1613-1691), kocht in 1672 met een kapitaal, waarvan de basis gelegd was tijdens de Tachtigjarige Oorlog door haar schoonvader Barthelomeus Janss de Cort, de halfheerlijkheden Hilvarenbeek en Oirschot.

 

Bronnen

Adriaenssen, L., "De priester-spekulant De Cort", in: idem, Welpen van de Brabantse Leeuw, 's-Hertogenbosch, 1991, 136-139.

Adriaenssen, L., Staatsvormend geweld. Overleven aan de frontlinies in de Meierij van Den Bosch, 1572-1629, Tilburg, 2007.

Brouwer, P., De geschiedenis van Hilvarenbeek tot 1813, Hilvarenbeek, 1947.

Schutjes, L., Geschiedenis van het bisdom 's Hertogenbosch. IV, Sint-Michielsgestel, 1873 (Geschiedenis van het bisdom 's Hertogenbosch).

Van Gils, J., "De Venerabele Gilde en de katholieke geloofsgemeenschap", in: T. Smulders, Rijke Roomse Traditie in en om de Venerabele Gilde te Hilvarenbeek van voor 1614 tot heden, Hilvarenbeek, 2014, 5-22.

Van Gils, J., "Het notariaat van de Beekse notarissen Van den Nieuwenhuyse", in: Tussen Paradijs en Toekomst. Nieuwsbrief van de Heemkundige kring Ioannes Goropius Becanus en de Stichting Geschiede-en Oudheidkundig Museum Hilvarenbeek en Diessen (nr. 100, november 2016), 67-72.

Van Oudenhoven, J., Een nieuwe ende vermeerderde beschryvinge van de meyerye van s'Hertogen-Bosche, 's-Hertogenbosch, 1670.

"1605-1616". Inventarisnummer: 772 1 11, 19v, 26v, 29, 33, 41v, 43, 45, 55v, 70v, 71v, 73, 75v, 78v, Regionaal Archief Tilburg, Notariële archieven Hilvarenbeek, 1605-1935.

"1644-1652 juli 14". Inventarisnummer: 772 2 10, 15, 27, 30, 37v, Regionaal Archief Tilburg, Notariële archieven Hilvarenbeek, 1605-1935.

"1601-1617". Inventarisnummer: 772 4 38, 39v, 42, 44, 45, 49, 54, 57, 59, 61, 64v, 77, 79, 80, 87, 111, 123, 128, 130, 132, 134, 146, 149, 156, 158, 160, Regionaal Archief Tilburg, Notariële archieven Hilvarenbeek, 1605-1935.

"1618-1624". Inventarisnummer: 772 5 165, 167, 169, 173, 186, 187, 189, 245r-246, 248, Regionaal Archief Tilburg, Notariële archieven Hilvarenbeek, 1605-1935.

"1625-1649". Inventarisnummer: 772 6 253, 256, 265, 269, 272, 278v, 295, 310, 323, 327, 337, Regionaal Archief Tilburg, Notariële archieven Hilvarenbeek, 1605-1935.