Preken in de open lucht van Werkendam

Werkendam, Hardinxveld, Gorinchem

Werckendam, Hartichveld, Gorcum en Den Bies Bos op de kaart. (Bron: Anoniem, 1629-1645, Rijksmuseum Amsterdam)

De stem van dominee Hermanus Schevenhuisen (circa 1600-1650) schalt over het terrein van de Redoute in Werkendam: “Geliefde gemeente, de Naam des Heeren is een sterke toren; de rechtvaardige zal daarhenen lopen en in een hoog vertrek gesteld worden” (Spreuken 18:10). De predikant kijkt zijn gemeente aan en ziet het nagenoeg voltallige dorp voor zich. Gewoon in de openlucht, net een idylle.

Maar dat was het allesbehalve, op 6 april 1636. Voor het eerst in zes weken preekte Schevenhuisen weer in het dorp zelf, nadat hij op 21 februari voor het laatst in het kerkgebouw een predicatie had gehouden. In tussentijd verbleef hij enige tijd in Gorinchem. Mede vanwege het slechte weer kon hij niet eerder terug. Geen dominee, geen dienst. De Werkendammers waren dolblij dat de dominee weer terug was. Of hij echt over deze Bijbeltekst preekte, daar in de open lucht? Het zou zomaar kunnen. Wat weten we écht?

 

De Redoute van Werkendam

In de jaren ’30 van de zeventiende eeuw moesten de dorpelingen van Werkendam met enige regelmaat een ander heenkomen zoeken voor de zondagse erediensten. Ze hielden hun samenkomsten lange tijd bij de Redoute, een soort fort nabij het huidige wijkje Zevenhuizen. Soms was er helemaal geen dienst of moesten de inwoners zelfs de Merwede oversteken om in Hardinxveld hun kinderen te laten dopen of in ondertrouw te gaan.

Niet zo lang daarvoor had Frederik Hendrik (1584-1647) de stad ’s-Hertogenbosch ingenomen, tijdens het beleg van 1629. ‘s-Hertogenbosch kwam in handen van de Republiek, evenals de Meierij. Toen bleek dat de Republiek in de praktijk weinig gezag had in de Meierij, werd de roep vanuit de Republiek om retorsie-maatregelen (represaille) steeds sterker. Op deze manier wilde men zich laten gelden als de machtigste partij. Dat hebben met name de inwoners in de wijde regio geweten.

Merwede, Hardinxveld en Werkendam

De Merwede tussen Hardinks-velt en Werkendam op de kaart. (Bron: David Coster, 1730, Rijksmuseum Amsterdam)

Retorsie-maatregelen

Officieel waren de retorsie-maatregelen van de Republiek bedoeld voor de gebieden die onbetwist in Spaanse handen waren, oftewel de Zuidelijke Nederlanden. Juist omdat deze gebieden niet van de Republiek waren, kon men daar de boel het meest verstoren. In de praktijk hadden echter juist de grensgebieden het meeste last van de represailles. Ook het Land van Heusden en Altena was zo’n grensgebied. Toen de strijdende partijen over-en-weer dergelijke maatregelen namen, raakte deze regio en dus ook Werkendam bij de oorlogsperikelen betrokken.

In 1634 begon de commotie. De Republiek had vier kwartierschouten voor de Meierij benoemd en wenste vrijgeleide voor deze functionarissen, zodat ze hun werk ongestoord konden doen. Maar dat kregen ze niet van Spanje. Daarop arresteerde de handhavers van de Republiek uit wraak de vier Spaanse evenknieën. Van de weeromstuit nam Spanje een heel eskadron gezagsdragers van de Republiek gevangen, zoals ambtenaren maar ook de Werkendamse schout en de Andelse predikant. Een groep andere predikanten wist te ontsnappen “met een schuit over de Alm”. Desondanks zat de schrik er goed in.

 

Plakkaten en tegenplakkaten

Veel gereformeerde plattelandspredikanten weken uit naar nabijgelegen steden om daar de gebeurtenissen af te wachten. Zo ook de predikant van Werkendam, Hermanus Schevenhuisen. Hij kwam alsnog elke zondag naar Werkendam om te preken, hetzij in de kerk, hetzij in de Redoute, “tot gerief soo van sijn gemeente als d’andere naest gelegen dorpen, dewelcke aldaar in ’t gehoor quamen en hare kinderen ten doope brachten.” Kapitein Van Nes hield met een konvooi soldaten een oogje in het zeil.

Vanaf 1636 namen de conflicten in alle hevigheid toe, na een jaar van relatieve rust. Plakkaten en tegenplakkaten moesten duidelijk maken wie de baas was. Zolang Spanje beden, domeinen, renten, cijnsen en pachten bleef innen in de Meierij, zou de Republiek hetzelfde doen in geheel Brabant en Vlaanderen. Alle vrijgeleides die door Spanje aan de predikanten en ambtenaren toegezegd waren in de grensgebieden van de Republiek werden ingetrokken. Predikanten werden opnieuw gewaarschuwd om een veiliger heenkomen te zoeken, “tot voorcominge van swaricheden”.

 

Onderhandelingen

Vanwege het slechte winterweer kon Schevenhuisen enige tijd niet preken. In de winter van 1636-1637 week de gemeente, voor zover men daartoe in staat was, diverse malen uit naar Hardinxveld omdat de Redoute onder water stond. Vanaf mei 1937 kon het weer plaatsvinden bij de Redoute: “t volck sittende ten deele op ’t lant, ten deele in schuiten”. De viering van het Heilig Avondmaal, een hoogtepunt in het kerkelijk leven, gebeurde buiten. Van een geregelde kerkgang was geen sprake. Zelfs de kerkenraadsvergaderingen hield men op het terrein van de Redoute, “in de hutte de welcke aldaer bij den capitein T. van Nes was opgeslagen”.

Omstreeks 1637 gingen de onderhandelingen weer van start. De onderhandelingen richtten zich in de eerste plaats op de retorsie-maatregelen buiten de Meierij en waren succesvol. Vanaf 1 januari 1639 zouden alle retorsies in de onbetwiste gebieden, stopgezet worden. Alle gevluchte ambtenaren en predikanten mochten terugkeren en zouden niet meer in hun functioneren belemmerd worden: “waarvoor Godt heiligen naem sij gepresen”, meldt het notulenboek van de kerk. Over de status van de Meierij werd verder onderhandeld. Zonder succes voor de Republiek, want pas met de Vrede van Munster, toen de Nederlandse Opstand beëindigd werd, keerde de rust pas echt weer.

 

Bronnen

"Acta Classis, 1633-1661, 1 deel". Inventarisnummer: 0191 4, Streekarchief Langstraat Heusden Altena, Classis Gorinchem, Classis Heusden, Classis Almkerk en Classis Heusden-Almkerk.

Beermann, V., Stad en meierij van 's-Hertogenbosch van 629 tot 1648, Utrecht, 1940.

Van Elzelingen, H., Acta boek der Nederduits Gereformeerde Gemeente van Werkendam en De Werken, 1631-1663, Werkendam, 2006.