Het rampjaar van Grave

Prent van de verovering van Grave door Prins Willem Hendrik van Oranje op 28 oktober 1674. Op de voorgrond ruiters en kamptafereel, daarachter krijgstoneel, de Maas en de stad, 1674, anoniem, BHIC

Prent van de verovering van Grave door Prins Willem Hendrik van Oranje op 28 oktober 1674. (Bron: anoniem, BHIC)

Loop nu over de kasseien van het kleine vestingstadje Grave en je verbaast je over de sfeervolle oude straten en de historische panden. Hier tekent zich een lange geschiedenis af van een belangrijke vestingstad. Toch is slechts een enkel huis in Grave ouder dan 350 jaar. Binnen de Graafse stadsmuren beleven de inwoners in 1674 een rampzalig jaar, waarin de hele stad bijna van de kaart verdwijnt.

Vestingwerken in verval

Om te begrijpen hoe de situatie in Grave in één enkel jaar zo heeft kunnen escaleren, moeten we terug naar die ‘Gouden Eeuw’ van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Dit kleine rebelse land aan de Noordzee is in de zeventiende eeuw druk bezig met een uniek politiek experiment. Overal in Europa heersen vorsten met absolute macht over hun rijk, maar in de polder is een republiek ontstaan waar regenten en kooplieden de macht delen. Dat het experiment voor velen succesvol is, mag duidelijk zijn, want het welvaartspeil ligt met name in Holland hoger dan waar dan ook. Het land is rijk en bovenal: tolerant en vrij.

Halverwege de zeventiende eeuw worden de vrye luyde in Nederlanden onvoorzichtig. Op zee zijn ze oppermachtig, maar het leger aan land heeft nauwelijks manschappen en door een gebrek aan onderhoud raken overal de vestingwerken in verval. Buurlanden zien hun kans schoon. De Franse Zonnekoning Lodewijk XIV (1638-1715) stort zich in 1672 met 120.000 troepen op deze schat aan de Noordzee. In een oogwenk vallen grote vestingen op land. Plunderend en moordend pakken de Fransen stad na stad. Ook Grave verdwijnt zonder dat er één schot wordt gelost in Franse handen. De troepen die de stad hadden moeten beschermen zijn in allerijl weggeroepen om Den Bosch, en daarmee de weg naar het politieke en economische hart van de republiek te redden.

Het is een nakomeling van Willem van Oranje, de vader des vaderlands, die erin slaagt om het tij te keren. Willem III is nog geen 21 jaar als hij het opperbevel krijgt over het leger en terug begint te vechten. Op vernuftige wijze zet hij de Hollandse waterlinie in om de Fransen te stoppen: van Muiden tot Den Bosch gaan de sluizen open en worden dijken doorgestoken. Het water blijkt een machtigere bondgenoot dan de versleten vestingmuren. Moegestreden in het koude natte land geven de Fransen zich vrijwel overal snel gewonnen en de Republiek haalt opgelucht adem. Het ergste lijkt voorbij, al blijft een vredesverdrag blijft uit.

Lodewijk XIV trekt Nederland binnen tijdens het Rampjaar 1672, Adam Frans van der Meulen, 1672-1690, Rijksmuseum

Lodewijk XIV trekt Nederland binnen tijdens het Rampjaar 1672. (Bron: Adam Frans van der Meulen, 1672-1690, Rijksmuseum)

Moorddadig vuur

Hoe anders is de situatie in Grave. Hier heeft de Franse markies Noël Bouton de Chamilly (1636-1715) het opperbevel en hij weigert zijn positie zomaar op te geven. Grave ligt heel strategisch en de vestingwerken zijn zeer goed te verdedigen. Oranjetelg Willem III besluit in 1674 dat het tijd is om ook dit Franse bolwerk aan te pakken. Grave moet bevrijd worden van de buitenlandse bezetter. Het begint met een handelsembargo: Willem III verbiedt de handel in levensmiddelen met de stad. Daar zet hij zelfs de doodstraf op, in de hoop dat de Fransen niet lang standhouden achter de stadsmuren. Tegelijkertijd stuurt hij een van zijn meest ervaren officieren richting het zuiden: de 72-jarige baron Von Rabenhaupt (1602-1675).

Carl von Rabenhaupt, 1673, Romeyn de Hooghe, Rijksmuseum

Carl von Rabenhaupt op een prent uit 1673. (Bron: Romeyn de Hooghe, Rijksmuseum)

Deze actie komt voor de Fransen niet als een verrassing. Binnen de stadsmuren wachten zo’n 4000 militairen de aanval af. Een enorm aantal, als je beseft dat Grave in die tijd zo’n 1500 inwoners heeft. Om een lang beleg te kunnen weerstaan grazen honderden koeien binnen de muren en hebben de Fransen nog snel vijf scheepsvoorraden wijn binnengehaald.

De vesting lijkt onneembaar. Von Rabenhaupt stuurt stug troepen op de stadsmuren af, terwijl het resultaat telkens weer hetzelfde is: een verschrikkelijk bloedbad. Steeds meer militairen deserteren of lopen zelfs over naar de Fransen. Na drie maanden lijkt de situatie zo uitzichtloos dat de prins van Oranje persoonlijk te hulp schiet. Hij probeert de stad vanuit alle hoeken aan te vallen, maar weet ook geen doorbraak te forceren. Op een gitzwarte dag verliest hij maar liefst 1700 mensen.

Ondertussen vuren de Nederlandse troepen steeds meer kanonskogels af op de stad in een poging de Fransen tot overgave te dwingen. De beschietingen zijn zo erg dat de vesting regelmatig is bedekt door een deken van rook. De situatie in de stad verslechtert na een maand razendsnel: veel huizen zijn kapotgeschoten. Zelfs in hun ondergrondse schuilplaatsen zijn de Gravenaren niet veilig doordat er ook geschoten wordt met brandende kogels.

Ruïne van de Grote Kerk te Grave, 1675, Valentijn Klotz, 1675, Rijksmuseum

De Ruïne van de Grote Kerk van Grave in 1675. (Bron: Valentijn Klotz, Rijksmuseum)

Historicus P. Hendrikx schrijft in 1846: “Dit moorddadig vuur deed in de stad de verschrikkelijkste uitwerking. Het jammerlijk gekerm der ingezetenen was algemeen, waar men zelfs in holen en schijnbaar bomvrije kelders niet meer veilig was. Een huis, opgevuld met zieken en gekwetsten, werd door het werpen met bommen, geheel vernield: eene groote menigte huizen waren gedeeltelijk ingestort en wel vijftien in den grond verpletterd."

Naarmate de maanden verstrijken, verspreiden honger en ziektes zich door de stad. De mensen binnen de vestingmuren hebben inmiddels geen andere keuze dan hun eigen paarden op te eten om in leven te blijven. Om te voorkomen dat de troepen van de prins van Oranje door de stadsmuur breken, moet de lokale mannelijke bevolking van de Fransen helpen om de kapotgeschoten verdedigingswerken weer op te bouwen. Zo verstevigen ze met kruiwagens vol aarde de verdedigingswerken vóór de stadsmuren, waarbij ze midden in de vuurlinie terechtkomen.

 

Markies de Chamilly mag dan de mannelijke bevolking inzetten voor de verdediging van de stad, hij ziet wel dat de situatie zo nijpend is dat alle vrouwen en kinderen de stad uit moeten. Hij schrijft tijdens het beleg een brief aan Von Rabenhaupt om een veilige uittocht te garanderen. De baron weigert hen doorgang. De Chamilly kan het niet laten hem vervolgens een sneer toe te sturen: hij schrijft dat hij niet verbaasd is dat Von Rabenhaupt de vrouwen “op zijn leeftijd” heeft geweigerd.

 

Eredienst op meelzakken

Uiteindelijk blijkt de situatie niet alleen voor de bevolking van Grave onhoudbaar. De Franse koning geeft uiteindelijk De Chamilly het bevel om zich terug te trekken. Onder opmerkelijk gunstige voorwaarden geven de Fransen zich over en komt er eindelijk een einde aan het leed van de Graafse bevolking. Als na vier maanden de kanonnen eindelijk zwijgen en stofwolken langzaam de stad uitdrijven, blijkt op de ruïnes van een of twee huizen na de stad met de grond gelijk gemaakt. Willem III, prins van Oranje, geeft zijn eigen predikant de opdracht om meteen een dankdienst te organiseren in de restanten van de Sint Elisabethkerk. “Zijne Hoogheid zat regt tegenover den predikant in eenen met fluwelen bekleeden stoel; terwijl de menigte, die mede ter kerke was gesneld, zich bij gebrek aan banken, op meelzakken moest behelpen”, schrijft Hendrikx.

ANNO 1674. DE PLECHTIGE DANKDIENST NA DE INNEMING VAN GRAVE, Jacob de Vos, Amsterdam Museum

De dankdienst na de inname van Grave. (Bron: Jacob de Vos, 1674, Amsterdam Museum)

Nadat de legers zich hebben teruggetrokken en Grave weer onderdeel is van de Nederlanden, verliest Willem III de stad niet uit het oog. Hij ziet er persoonlijk op toe dat Grave nieuwe vestingwerken krijgt aangemeten. De trotse Hampoort en de lange stadsmuur die je anno 2019 aantreft in Grave, zijn hiervan het resultaat. Met het succes van de Hollandse waterlinie in het achterhoofd geeft hij ook de opdracht om (naar het idee van vestingbouwer Menno van Coehoorn) in het zuiden van Nederland een volledig nieuwe waterlinie aan te leggen. Van Bergen op Zoom tot Grave ontstaat zo de Zuiderwaterlinie, een machtige ketting van vestingwerken die in de toekomst een nieuw rampjaar moet voorkomen.

 

Bronnen

Bruining, J., Journael of dagh-register van d'aenmerkelijkste zaken, voorgevallen in het seer strange en gedenkwaerdighe belegh der Stadt Grave, belegert den 27 Juli; en door Syn Hoogheydt gewonnen den 28 October 1674, Amsterdam, 1674,.

Goossens, C., "Heldhaftige vrouwen tijdens het beleg van de stad Grave in 1674", Merlet (nr 38, 2002).

Hendrikx, P., Geschied- en Aardrijkskundige Beschrijving der Stad grave, volume 2, Grave, 1846.

Laguette, J., "Beleg en herovering van Grave in 1674", in: Militaire Spectator (1974), 547-556. 

Lens, D., Authenticq dagh-register van de remarcablele belegeringe en overwinnin der stercke stadt Grave : gehouden in 't Hooftquartier tot Balgoyen, door order van ... Carel Rabenhaupt : belegert den 14 July, en gewonne den 26 October 1674 : nieuwe stijl...; mitsgaders oock de oprechte artykelen van 't verdragh, zonder jaar.

Ribbius, J., Journal des choses les plus memorables advenues au siège de Grave, depuis le 8. Juillet jusques au 23. d'Octobre l'an 1674, 1674.

 

Met dank aan:

Frans Ekstijn

Lenie van Lieshout

Henk Smits