Het platteland van Lith tijdens de belegering van Fort St. Andries in 1599

Kaart van de belegering van St. Andries in 1600 (Bron: Pieter Bast, 1600-1610, Rijksmuseum)

Kaart van de belegering van St. Andries in 1600 (Bron: Pieter Bast, 1600-1610, Rijksmuseum)

Als je leest over de Tachtigjarige Oorlog, dan gaat het vooral over politieke en militaire verwikkelingen. Pas sinds enkele jaren is er meer belangstelling voor de ervaringen van de plattelandsbevolking met de wisselende krijgskansen. Veel vinden we hierover niet in de geschiedschrijving. Een zeldzaam verslag over het beleg van St. Andries door de ogen van de secretaris van de schepenbank van Lith is terug te vinden in het Brabants Historisch Informatie Centrum.

Het Fort St. Andries werd in opdracht van de Spanjaarden aangelegd tijdens het beleg van Zaltbommel. Deze stad was in handen van de Republiek, terwijl 's-Hertogenbosch en de omliggende landen nog in bezit van de Spanjaarden waren. Door een fort te bouwen op een eiland tussen Maas en Waal, wisten de Spanjaarden een strategische positie te verwerven, omdat ze van daaruit alle scheepvaartverkeer op de Maas en op de Waal konden controleren. Maurits van Oranje (1567-1625), als legeraanvoerder van de Republiek, was er dan ook alles aan gelegen om de Spanjaarden dit fort te ontfutselen

De schepenprotocollen van Lith bevatten een beschrijving van de gebeurtenissen, waarin de volgende passage opvalt:

“Het leger van zijne Majesteit (prins Maurits) is op 2 mei van het jaar 1599 met veel volk en een grote legermacht van ruiters en voetknechten aangekomen in het dorp Lith. .... Ze hebben een sterke schans gemaakt bij Heerewaarden en het garnizoen heeft vervolgens het hele gebied tussen Oijen en Alem verwoest en bijna alle huizen en fruitbomen vernield. Er wordt gezegd dat in Maren niet één huis of varkenshok is blijven staan en alle fruitbomen en alle wilgen zijn gekapt. Ook in Kessel zijn bijna alle huizen afgebroken. In Lith en Alem is zeker de helft van de huizen en bijna alle fruitbomen vernield en ook veel huizen en fruitbomen in Driel, Rossum, Hurwenen en Hoenzadriel.” (tekst omgezet naar hedendaags Nederlands).

Welk strategisch doel was gediend met het afbreken van huizen, varkenshokken en het kappen van fruitbomen? Je zou kunnen denken aan de tactiek van de ‘verschroeide aarde’, waarbij al het bruikbare materiaal vernield werd om te voorkomen dat de vijand dat kon gebruiken. Dat is hier echter niet het geval.

Een kaart van de belegering van Fort St. Andries uit die tijd kan een tipje van de sluier oplichten. Het fort ligt in het midden op een eiland tussen Maas (“Mosa Fluvius”) en Waal (“Vahalis Fluvius”); bovenin is te zien dat de polders van Lithoijen, Lith, Maren, Kessel en Alem onder water waren gezet (“Prata Inundata” = geïnundeerde weilanden). In het hele gebied rond St. Andries waren uitgebreide vestingwerken met wallen, schansen, grachten en loopgraven aangelegd. Er was zelfs een schipbrug over de Maas gelegd.

Als je de kaart van de belegering van St. Andries bekijkt, realiseer je je dat voor zo’n belegering enorm veel hout nodig was: voor de schipbrug, de barakken voor de manschappen, de palissaden op de wallen etc. Dit hout moest uit de omgeving komen. Bossen waren er niet, dus werden balken uit de gebouwen weggehaald en de (hoogstam)fruitbomen gekapt. Handig voor de militairen, maar een ramp voor de plaatselijke bevolking, want het duurde jaren voordat nieuw aangeplante fruitbomen weer vrucht droegen.

De gehele zomer van 1599 bleven de schermutselingen tussen Spanjaarden en de Staatsen aanhouden. Er ontstond een patstelling, waarbij zowel de Spaanse, als de Staatse troepen het platteland plunderden. In februari 1600 sloeg de bezetting van het fort (voornamelijk bestaande uit Waalse en Duitse huurlingen in dienst van Spanje) aan het muiten, omdat zij al drie jaar(!) geen soldij hadden ontvangen. Zij verjoegen de officieren en plunderden het gouverneurshuis.

 

Ondanks dat bleef de bezetting van Fort St. Andries nog wel trouw aan de Spaanse koning. Er werden door Spaanse hulptroepen diverse pogingen tot ontzetting van het fort ondernomen, maar die werden telkens door prins Maurits afgeslagen. De situatie binnen Fort St. Andries werd daarna steeds nijpender, terwijl de loopgraven van de Staatsen steeds dichterbij kwamen. Uiteindelijk ging de bezetting akkoord met een afkoopsom van 125.000 gulden (een enorm bedrag in die tijd) en kwamen de huurlingen in dienst van het Staatse leger. De Spaanse opperbevelhebber Bernardino de Mendoza (1541-1604) was woedend over dit verraad van de huurlingen en verklaarde ze vogelvrij wegens meineed.

Het fort bleef daarna stevig in handen van de Staatsen en gezien de strategische ligging werd het daarna regelmatig verder versterkt. In 1812 werd dit fort vervangen door een nieuw fort St. Andries en (de restanten van) het oude fort worden sindsdien Fort Oud St. Andries genoemd.

 

Bronnen

BHIC toegangsnummer 7323, inventarisnummer 52, Schepenprotocollen Lith, pag. 329a-329b, nr. 400, dd. 1599-1600.

De verschroeide-aardecampagnes in de Meierij zijn beschreven door Adriaenssen, L., Staatsvormend geweld: Overleven aan de frontlinies in de meierij van Den Bosch, 1572-1629, Tilburg, 2007.