De dorpsontwikkeling en de locatie van kerken en torens in Peelland

Stiphout, Chris Peel, 2009, Wikimedia Commons

De dorpsverschuiving in beeld. Op de voorgrond de oude akkers van Stiphout met de oude toren. Op de achtergrond het huidige dorp Stiphout met de “nieuwe” kerk. (Foto: Chris Peel, 2009, Wikimedia Commons)

De ontwikkeling van veel dorpen in het zandgebied van Brabant, vooral in de Kempen en Peelland, is op een gelijksoortige manier verlopen en heeft dan ook een aantal gemeenschappelijke aspecten.

De huidige dorpen hebben zich blijvend ontwikkeld vanaf de vroege middeleeuwen. Heel Brabant was toen veel natter dan nu, omdat het regenwater alleen via een natuurlijk verloop werd afgevoerd. De grondwaterstand was nog veel hoger en een groot deel van Brabant stond in natte winters nagenoeg blank. In dat natte landschap waren alleen een aantal hogere en drogere delen geschikt voor permanente bewoning en landbouw.

Op deze hoogste delen van het landschap, waar een natuurlijke vruchtbaarheid aanwezig was, ontstonden vanaf de achtste eeuw de oudste nederzettingen. Binnen die nederzettingen werden de eerste kerken gebouwd, veelal in de periode vanaf de achtste eeuw tot de twaalfde eeuw. Vaak waren het houten zaalkerkjes, soms ook met andere bouwmaterialen zoals tufsteen.

 

Verschuiving van de bebouwing

In de late middeleeuwen veranderde het nederzettingspatroon van karakter, waarschijnlijk ten gevolge van drastische verschuivingen in de landbouweconomie. Door sloten te graven verbeterde men de afwatering en daalde het grondwaterpeil. De kleine bewoningsclusters op de hoge dekzandruggen werden verlaten, terwijl elders in het landschap, veelal aan de randen van beekdalen, in de loop van de twaalfde en dertiende eeuw nieuwe nederzettingen of gehuchten werden gesticht. Dit zijn de dorpen en gehuchten zoals ze nu nog bestaan. Het gehele proces lijkt tegen het einde van de dertiende eeuw te zijn voltooid.

De verlaten hoge woongronden rondom de kerk werden in die periode als akkerland in gebruik genomen. De kerk als sacrale plaats bleef op de oorspronkelijke plek en kwam midden op het nieuwe akkergebied los te staan van de nieuw gestichte nederzettingen, soms zelfs op flinke afstand ervan. Het kerkhof, waar de voorouders begraven lagen, speelde hierbij natuurlijk een rol.

Naar Har Kuipers 2011

Schematische voorstelling van de bewoningsverschuiving in de 13de eeuw. De kerk blijft in zijn eentje achter. (Afbeelding: naar Har Kuijpers, 2011)

Niet in alle gevallen bleef de kerk eenzaam in de akkers staan. Soms is er later (na 1500) bij de oude kerk weer een nieuwe nederzetting gevormd, die veelal de naam “Kerk”, “Kerkeind” of “Kerkhof” kreeg.

 

Ontwikkeling van de kerkgebouwen

De losstaande kerk in de akkers bleef eeuwenlang in gebruik. De veertiende, maar vooral de vijftiende eeuw was de Gouden Eeuw van Brabant. Economisch ging het uitstekend en er werd veel grond ontgonnen. In die periode werden nagenoeg alle kerken uitgebreid of vernieuwd.

Het werden bakstenen kerkgebouwen in de stijl van de Kempische gotiek. En vooral: ze werden voorzien van imposante torens, die als bakens, te midden van de akkers, van ver zichtbaar waren en de plaats markeerden waar de dorpen destijds hun oorsprong hadden. Nog eeuwenlang bleven het de enige bakstenen gebouwen van het dorp, naast een eventueel aanwezig kasteel.

Jan Timmers, 2018

Op de topografische kaart van ca 1840 zijn de oude akkergebieden (de vroeg middeleeuwse woongebieden) nog goed herkenbaar. Een aantal ervan in Laarbeek, Nuenen en Helmond zijn met een rode contour aangegeven. Met rode stip de middeleeuwse kerkplaats. 1. Beek (Beek en Donk), 2 Aarle (Aarle-Rixtel), 3 Lieshout ’t Hof, 4 Stiphout, 5 Gerwen, 6 Nuenen Tomakker. (Afbeelding: auteur, 2018)

En dan de Reformatie

De Tachtigjarige Oorlog heeft deze streek losgeweekt uit het oude hertogdom Brabant en tot onderdeel van de Republiek gemaakt. In de jaren 1580-1587 raakten heel wat dorpen geheel of deels ontvolkt en verwoest. De bevolkingsomvang was in de late zestiende eeuw erg teruggelopen. Daarna herstelde dat, maar zeker tot 1750 was er van echte groei geen sprake.

Na de inname van Den Bosch, maar vooral na de Tachtigjarige Oorlog werd de gereformeerde godsdienst ook in Brabant de staatsgodsdienst. De oude kerken kwamen in handen van de protestanten en de katholieken werd toegestaan om schuurkerken te bouwen. Het kleine aantal protestanten blijkt nauwelijks in staat de oude kerken goed te onderhouden. Deels verliezen ze hun functie en langzaam komen ze te vervallen. De soms felle twisten tussen katholieken en protestanten stonden een gezamenlijke instandhouding van de kerk in de weg.

SchuurkerkDenDungen

De voormalige schuurkerk in Den Dungen. (Foto: I. Heins, 1997, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed)

De toren kwam er doorgaans nog redelijk goed vanaf. Vaak was de kerktoren het eigendom van de dorpsgemeenschap, evenals de klokken, die een belangrijke functie hadden. Niet alleen als tijdsaanduiding, maar ook ter waarschuwing voor brand en ander naderend onheil. De toren diende als stenen gebouw ook vaak als bewaarplaats voor de belangrijke dorpspapieren en soms was het zelfs een gevangenis.

 

Terug aan de katholieken

In de Franse tijd kwam de vrijheid van godsdienst terug en konden de oude kerken veelal weer door de katholieken in gebruik worden genomen. Maar dat gebeurde lang niet altijd. De katholieke parochies hadden intussen (schuur)kerken in gebruik, die nog prima voldeden. Juist in die periode zorgde noodweer voor het instorten van een aantal kerkgebouwen of het afwaaien van torenspitsen en anders brak er wel brand uit.

Het gevolg was dat in aantal gevallen de oude kerken niet meer in gebruik werden genomen. Ze kwamen nog verder te vervallen, wat ook voor de torens ging gelden. Soms werden de kerken gesloopt en de bakstenen gebruikt voor het ombouwen van de schuurkerk tot nieuw kerkgebouw. In een aantal gevallen blijft alleen de kerktoren in de akkers bewaard, soms wordt ook die afgebroken om de stenen te kunnen hergebruiken.

 

Toren Nederwetten, Jan TImmers, 2014

De 'eenzame' kerktoren van Nederwetten. (Foto: Jan Timmers, 2014)

Alle rechten voorbehouden

Bestaande getuigenissen

De oude kerken en zeker de alleenstaande kerktorens, voor zover ze nog bestaan, zijn niet alleen belangrijke bakens in het landschap, maar zijn getuigen van belangrijke gebeurtenissen in de historische geografie van Brabant. De kerken vertellen ieder voor zich, maar zeker ook gezamenlijk, de ontwikkelingsgeschiedenis van de dorpen, vanaf de eerste christelijke nederzettingen tot in de moderne tijd.

Ze markeren de plaats van de oorsprong van het dorp, ze getuigen van de Gouden Eeuw van Brabant, ze vervallen tijdens de protestantse dominantie na de Tachtigjarige Oorlog, ze laten de keuzes zien van de parochies in de negentiende eeuw en krijgen in de twintigste eeuw hun definitieve vorm als getuigenis van de gebeurtenissen. Soms is dat een vorm waarin de voorgeschiedenis niet herkenbaar is achtergelaten.

 

De huidige vorm

Van de oude middeleeuwse kerken is soms nog een complete kerk bewaard gebleven, soms helemaal niets en meestal iets tussen deze uitersten in. We geven een kort overzicht met voorbeelden.

 

1. Complete kerk op oorspronkelijke plaats

De kerk is in de loop van de tijd bewaard gebleven en weer door de katholieken in gebruik genomen. In Lierop en Gerwen is ook het dorpscentrum weer teruggekeerd. In Mierlo is een tweede kern ontstaan. Vaak is de kerklocatie door dorpsuitbreiding in de twintigste eeuw opgenomen in de bebouwing van het dorp. In Lierop, Asten en Luyksgestel werd in de negentiende eeuw alsnog een nieuwe kerk gebouwd dicht bij de oude middeleeuwse kerk, die hierna werd afgebroken.

 

2. Losse kerktoren buiten dorp

Alleen de middeleeuwse kerktoren bleef bewaard en staat nog los buiten de huidige dorpskom. Ook het oude kerkhof verdween. Dit is het geval in Stiphout, Nederwetten en Oostelbeers.

Stiphout, Chris Peel, 2009, Wikimedia Commons

De dorpsverschuiving in beeld. Op de voorgrond de oude akkers van Stiphout met de oude toren. Op de achtergrond het huidige dorp Stiphout met de “nieuwe” kerk. (Foto: Chris Peel, 2009, Wikimedia Commons)

3. Losse kerktoren binnen de bebouwing

Alleen de kerktoren bleef bewaard en is inmiddels opgenomen in de bebouwing van het dorp. Ook het kerkhof bestaat nog steeds. Dat is bijvoorbeeld het geval in Beek en Donk, Duizel, Steensel en Woensel.

 

4. Alleen een (deel van) het kerkhof resteert

Alleen het kerkhof bleef bewaard, vaak is dat dan een protestants kerkhof buiten of binnen de dorpskom en herinnert aan de oude situatie. Dat is bijvoorbeeld het geval in Aarle, Nuenen en Heeze.

 

Kerkhof Heeze, Roosemoon 2011, Wikimedia Commons

De buxushaag in de vorm van funderingen op het Kerkhof bij Heeze herinnert aan de verdwenen kerk die er ooit stond. (Foto: Rosemoon, 2011, Wikimedia Commons)

5. Geen zichtbaar restant meer aanwezig

In een aantal gevallen is van de oude situatie van een losstaande kerk niets meer over op de oude locatie. De locatie heeft een agrarische functie of is inmiddels bebouwd met andere gebouwen. In Rixtel, Lieshout, Westerhoven en Hapert resteert alleen een archeologisch monument.

Van de bestaande getuigenissen van de middeleeuwse kerken of kerklocaties zijn die van Oostelbeers in de Kempen en Stiphout (gemeente Helmond) in Peelland het meest tot de verbeelding sprekend. Op die locaties staat de oude toren nog steeds los in de oude akkers en is het middeleeuwse patroon van zandwegen om de kerk nog aanwezig. De situatie bij deze oude torens vormt een uniek cultuurhistorisch ensemble.

 

Een regionaal verschijnsel

Het verschijnsel van de losstaande middeleeuwse kerken komt in Brabant vooral in de Kempen en Peelland voor. In het aangrenzende deel van Vlaanderen ook. Opvallend is dat de ontwikkeling in veel dorpen in de Kempen en in Peelland grotendeels op dezelfde wijze is verlopen en dat daar alleenstaande kerken eeuwenlang het dorpsbeeld domineerden. Het gaat in die regio om totaal 44 middeleeuwse kerken. Maar liefst 26 locaties waren losstaande kerken. De ontwikkeling in slechts 18 dorpen is op een andere manier verlopen. Uiteraard is de ontwikkeling in de steden Eindhoven en Helmond ook afwijkend. Buiten de Kempen en Peelland komen losstaande kerken slechts sporadisch voor. De meest noordelijke situatie is die van Heesch. De meest westelijke is van die Berkel-Enschot.

 

Bronnen

Bont, C. de. '... Al het merkwaardige in bonte afwisseling...'. Een historische geografie van Midden- en Oost-Brabant, Waalre, 1993.

Strijbos, H., Kerken van heren en boeren: bouwhistorische verkenningen naar de middeleeuwse kerken in het kwartier Kempenland, 's-Hertogenbosch, 1995.

Kolen, J. e.a, De Biografie van Peelland: De Cultuurhistorische hoofdstructuur (CHS) van Peelland: toelichting bij de kaart, Amsterdam, 2004. Deze publicatie is hier online raadpleegbaar.

Wagemans, M., Kerken, kerktorens en kerkplaatsen in het Rijk van Dommel en Aa, Een project ter versterking van de regionale identiteit, Eindhoven, 2011.

Timmers, J., Kerken, kerktorens en kerkplaatsen in het Middengebied: een projectvoorstel voor versterking van de regionale identiteit.

Meer informatie, zowel algemeen als lokaal, en andere bronnen op de website www.kerkenindepeel.nl. Voor het project zijn ook een aantal filmpjes gemaakt.