Gemert en de Duitse Orde

De Commanderij Gemert, prent van Romein de Hooghe, 1700.jpg

De Commanderij Gemert, prent van Romein de Hooghe, 1700. Het kasteelcomplex in Gemert, zoals het er in 1700 uitzag. Naast het kasteel behoorde ook de kerk, links op de prent, tot het Commanderij complex. (Bron: Gemeente Archief Gemert-Bakel)

Rond 1220 verschijnt een internationale speler op het Oost-Brabantse toneel. De Duitse (of: Teutoonse) Orde krijgt een deel van de heerlijkheid Gemert in handen. De Orde zou uiteindelijk de volledige heerlijkheid gaan besturen en een grote stempel drukken op Gemert en omgeving.

De Duitse Orde

Tijdens de kruistochten is er in Jeruzalem een groot tekort aan de opvang van pelgrims en kruisvaarders. In Jeruzalem ontstaat daarvoor de hospitaalbroederschap van het “Huis van de Heilige Maria van de Teutonen”. Dit broederschap is opgericht door mensen uit Noordwest-Europa, aangeduid als Duits, Diets of Teutoons. De broederschap wordt in 1198 te Akko (Palestina) omgevormd tot een ridderorde, vergelijkbaar met de Tempeliers en Johannieters. Deze ridderorde, kortweg Duitse Orde genoemd, verdedigt de belangen van de Roomse (‘Duitse’) westerse wereld in Palestina.

Rijksmuseum, Hendrik I

Hendrik I, door Pieter de Jode, uit J. Meyssens, Les effigies des souverains princes et ducs de Brabant avec leur chronologie, armes et devises, Antwerpen 1661. (Bron: Rijksmuseum)

Hertog Hendrik I van Brabant (ca. 1165-1235) is één van de initiatiefnemers van de omvorming tot Ridderorde. Deze machtige Brabander is dan de gekozen opperbevelhebber van alle in Palestina aanwezige kruislegers. Veel edelen en machthebbers steunen de Duitse Orde en schenken haar veel goederen, verspreid over vooral Midden-Europa, waardoor de Orde uitgroeit tot een Europese macht van betekenis.

Met instemming van de paus en de Duitse keizer leidt de Duitse Orde in 1226 een ‘kruistocht’ naar Oost-Europa en legt daar de basis voor een eigen staat aan de Oostzee waar nu Estland, Letland, Litouwen, en gebieden van Polen en Rusland liggen. Tot in de zestiende eeuw bleven grote delen van die regio in handen van de Duitse Orde.

 

De familie Van Gemert

Rond 1200 is de heerlijkheid Gemert al zelfstandig en in het bezit van de familie Van Gemert. Heer van Gemert was Willem, maar zijn broer Rutger had ook een eigen erfdeel in de omgeving. Rutger is waarschijnlijk aanwezig bij de Derde Kruistocht en sluit zich aan bij de Orde. Na zijn dood rond 1220 laat hij zijn erfdeel na aan de Duitse Orde. Dit omvatte in elk geval het grootste deel van het huidige kerkdorp Handel. Dit is de basis voor de Commanderij Gemert van de Orde.

Bezit Duitse orde in Europa

De bezittingen van de Duitse Orde in Europa, ca. 1300. De stippen zijn commanderijen, zoals Gemert, rechtsboven de staat die ze veroverden in het huidige Polen en Litouwen. (Bron: Marc Zanoli, 2009, Wikimedia Commons)

Het uitgebreide Europese bezit was door de Duitse Orde namelijk ingedeeld in landcommanderijen (provincies). Elke landcommanderij omvat een tien- tot twaalftal commanderijen. De meeste bestaan uit onroerend goed in de vorm van landgoederen. Gemert behoort tot de in 1220 opgerichte landcommanderij Biesen met als hoofdvestiging kasteel Alden Biesen in België. Naast Gemert, Maastricht en Vught behoren daartoe verder Belgische en Duitse commanderijen.

De landcommandeur van Biesen benoemt de Gemertse commandeur die veel bestuurszaken overlaat aan het dorpsbestuur (schout en schepenen) en ook de rechterlijke macht uitoefent.

 

Tweeheerlijkheid

Het erfdeel van Rutger van Gemert dat nagelaten was aan de Duitse Orde was onroerend goed dat bestaan moet hebben uit een grote hoeve met aanhorigheden. Dat het belangrijkste element van een gerechtsheerlijkheid juist de rechtsmacht is, maakt het onwaarschijnlijk dat aan het erfgoed van Rutger rechtsmacht over Gemert was verbonden. Volgens het erfrecht van die tijd zullen alle heerlijke rechten, zeker de rechtsmacht, bij de oudste zoon als familiehoofd terecht zijn gekomen. Bij de vestiging van de Duitse Orde in Gemert zal zij daarom nog geen rechtsmacht hebben gehad. Er is wel een mogelijkheid dat de Duitse Orde recht kon spreken bij geschillen als die direct betrekking hadden op hun grondbezit.

Leden van de familie Van Gemert blijven de titel Heer van Gemert voeren, terwijl de commandeur van Gemert aanvankelijk niet vermeld wordt met die titel. Toch heeft de commandeur langzaam maar zeker rechtsmacht weten te verwerven. Mogelijk is dat gebaseerd op zijn rechten als grondheer. Die rechten kunnen zijn toegenomen door uitbreiding van de bezittingen van de Commanderij binnen Gemert. We weten dat andere leden van de familie Van Gemert ook schenkingen deden aan de Duitse Orde. De Orde zal tevens ook zelf de nodige grond ontgonnen hebben.

In een oorkonde van 1271 vermeldt hertog Jan van Brabant dat de rechtsmacht in Gemert toekomt aan de broeders van de Duitse Orde, samen met Diederik van Gemert, elk voor zijn eigen deel. In 1326 worden door Diederik van Gemert de grenzen vastgelegd tussen het rechtsgebied van de Duitse Orde en zijn eigen rechtsgebied.

Een tijd lang is Gemert zo een tweeheerlijkheid. In die periode zien we steeds weer terugkerende geschillen tussen beide heren. Uiteindelijk wint de Duitse Orde, overigens met steun van de hertog van Brabant. In 1366 verkocht Diederik van Gemert na veel strijd zijn gedeelte van Gemert aan de Duitse Orde, die vanaf dat moment alleenheerser over Gemert was.

Kerk Handel, RCE, 2004

Kerk van Handel. In de voorgevel werd in 1700 een chronogram aangebracht door commandeur Bertram Wessel van Loë als dank voor zijn genezing van jicht bij zijn bezoek aan de Handel. "’t Is nu achtmaal vijftig jaeren, Noch zooveel mael tien daerbij, Dat Maria’s beeld ervaeren, Door mirakels ons maekt blij." Dit vers leidt terug naar het jaar 1220, het jaar waarin de Duitse Orde zich vestigde. (Foto: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, 2004)

De Duitse Orde als heer van Gemert

De heerlijkheid Gemert blijft hierop als onafhankelijke eenheid bestaan, maar nu onder het gezag van de commandeur. In de loop van de veertiende eeuw wordt de landcommanderij Alden Biesen strakker georganiseerd en neemt de macht van de landcommandeur ten opzichte van de verschillende commandeurs toe. Naast de commandeur van Gemert komen we steeds vaker de landcommandeur tegen als Heer van Gemert. Dat komt ook omdat er niet altijd een commandeur in Gemert is.

Vanaf de vijftiende eeuw wordt de titel Heer van Gemert overgenomen door de landcommandeur van Alden Biesen. De commandeur van Gemert is officieel slechts de stadhouder van die landcommandeur. De landcommandeur van Alden Biesen is dan de vorst van Gemert, maar dat doet aan de onafhankelijke status geen enkele afbreuk.

De Duitse Orde richt zich, naast het beheer van de goederen, op het geestelijk leven en de zielzorg. De Orde bouwt en onderhoudt kerken, leidt priesters op, benoemt uit eigen priesterleden pastoors, en speelt een belangrijke rol bij de contra-reformatie. Zo ook in Gemert. De Commanderij Gemert krijgt in 1587 een Latijnse School. En de commanderij benoemt niet alleen de pastoor van Gemert, maar ook die van de parochies Bakel, Deurne, Geldrop, Haren en Nistelrode. Dit zijn allemaal Duitse Ordepriesters, die aanvankelijk veelal op het Gemertse kasteel verblijven.

De ridderleden van de Orde worden gerekruteerd uit de adel binnen het gebied van de landcommanderij. De meesten worden commandeur. Daardoor kent Gemert vaak commandeurs uit Nederlands of Belgisch Limburg of uit aangrenzend Duits gebied, terwijl omgekeerd Gemertse Ordeleden elders opklimmen tot commandeur.

Orderidders zijn vaak ook belangrijke adviseurs, ambassadeurs en diplomaten en fungeren van opperofficier tot bevelhebber in legers. De grootmeester, de allerhoogste in rang binnen de Duitse Orde, heeft een toppositie in de Duitse Rijksdag en komt vanaf 1600 doorgaans uit de directe familiekring van de Duitse keizer en treedt menigmaal op als opperbevelhebber van het keizerlijk leger.

De macht van de Duitse Orde in Europa staat verder garant voor de blijvende zelfstandigheid en dwingt respect af van de opeenvolgende landsheren van de Nederlanden: de hertogen van Bourgondië, de Duitse keizer en de Spaanse koning. In de Tachtigjarige Oorlog erkennen ook Willem van Oranje (1533-1584) en Prins Maurits (1567-1625) de Gemertse onafhankelijkheid en neutraliteit.

 

LatijnseschoolGemert, Havang, 2011, WIkimedia Commons

De Latijnse School in Gemert. De school werd in 1587 opgericht door de toenmalige landcommandeur van de Duitse Orde, Hendrik van Ruijschenberg. Het huidige gebouw stamt uit 1891. (Foto: Havang, 2011, Wikimedia Commons)

De erfenis van de Duitse Orde

Gemert heeft natuurlijk nog het markante kasteel, daarnaast drie kerken, een aantal kapellen, de Latijnse School, het bedevaartsoord Handel, boerderijen, ontginningen, een bijzonder historisch archief, kerkschatten, een aparte volksaard en relaties met andere oud-commanderijen. Door heel Europa zijn nog vele kastelen en kerken van de Duitse Orde te bewonderen. Op dit moment bestaat de Duitse Orde als ridderorde nog alleen in Utrecht. In Oostenrijk is de Orde in 1929 omgezet in een religieuze congregatie van priesters en zusters. De Duitse Orde verlies haar zeggenschap over Gemert uiteindelijk in 1794 als de Fransen het inlijven tijdens hun inval in de Republiek.

 

Bronnen

Heemkundekring De Kommanderij Gemert, Oorkonden betreffende Gemert, Gemertse bronnen deel 12, te raadplegen op: https://www.heemkundekringgemert.nl/documentatie/bronnen/gbr-12-oorkonden-betreffende-gemert/.

Brokken, H., “De vestiging van de Duitse Orde te Gemert”, Varia Historica Brabantica deel V, ’s-Hertogenbosch, 1976.

Camps, H., Oorkondenboek van Noord-Brabant tot 1312, deel I De Meierij van ’s-Hertogenbosch (met de heerlijkheid Gemert), ’s-Gravenhage, 1979.

Otten, A., “De vestiging van de Duitse Orde in Gemert 1200-1500”, in: Bijdragen tot de geschiedenis van Gemert (nr. 13, 1987).

Timmers, J., “De onafhankelijkheid van Gemert”, Gemerts Heem (jrg. 60, nr. 4, 2018).