Thema

Grafheuvels en urnenvelden

De prehistorie roept vaak beelden op van mysterieuze rituelen en offers. In Brabant woonden vanaf 10.000 v. Chr. al mensen, ongetwijfeld met hun eigen geloven en gebruiken.

De ontwikkeling van landbouw

Rond 3000 v. Chr. wordt het gebied van het huidige Brabant al zo’n 7000 jaar bewoond. Tot dan toe waren de bewoners jagers die in kleine groepen rondtrokken over een ijzige steppe. Na 9600 v. Chr. stegen zeeniveaus en temperaturen. Als gevolg daarvan ontstonden rond het begin van het derde millennium v. Chr. de eerste agrarische nederzettingen. De bewoners van dit gebied liepen wat dit betreft niet voorop: de eerste aanwijzingen voor landbouw en veeteelt in Limburg stammen uit 5500 v. Chr.

IJzertijdboerderij Dongen

Een gereconstrueerde IJzertijdboerderij in Dongen. (Foto: Toine Snoeren, IJzertijdboerderij Dongen)

De overgang naar landbouw en veeteelt betekende dat men in kleinere, meer afgebakende gebieden ging wonen. Dit was onder andere mogelijk door de geleidelijke ontbossing die plaats had gevonden door de klimaatverandering en groeiende bevolking. De boerderijen die nu werden gebouwd hadden een hele eigen levenscyclus: na het verlaten van een boerderij bouwden de bewoners hun nieuwe woning in de buurt, maar niet op de fundamenten van hun oude huis. Waarschijnlijk had dit niet te maken met het huis zelf, maar juist met zijn bewoners. Het overlijden van een gezinshoofd of het stichten van een nieuw gezin gaf bijvoorbeeld aanleiding tot het bouwen van een nieuwe woning.

De introductie van brons en ijzer

Tot circa 1900 v. Chr. waren de werktuigen van deze eerste boeren nog van vuursteen, maar daarna vond brons zijn intrede in deze gebieden. Omdat de grondstoffen voor brons (koper en tin) van ver moesten komen, zal dit grote gevolgen hebben gehad voor de samenlevingen in dit gebied. Het was niet zo dat je een bronzen bijl bij een rondreizende handelaar ruilde, daarvoor was het materiaal nog veel te kostbaar. De leiders binnen de

Bronsgieten

Brons wordt gegoten. (Foto: Takkk, Wikimedia Commons)

gemeenschap zullen de stroom van brons hebben gecontroleerd, op basis van prestige, geschenken en wederzijdse diensten. Deze belangrijke personen kregen al snel meer mensen onder hun macht: het gebied lijkt in de Bronstijd een bevolkginsexplosie te hebben gekend.

In de IJzertijd bleef de bevolking groeien. Deze periode begon voor het huidige Brabant rond 800 v. Chr., wanneer de eerste ijzeren objecten vanuit met name Zuid-Duitsland en Scandinavië hier terechtkwamen. Ook ijzer was op dat moment, bij gebrek aan gemakkelijk te ontginnen lokale bronnen, een relatief dure grondstof. De bevolkingsgroei zal mede mogelijk gemaakt zijn door de continue verdere ontginningen en de introductie van nieuwe vee- en plantenrassen.

 

Prehistorische religie?

Dat al deze prehistorische bewoners op de een of andere manier iets kenden dat wij tegenwoordig religie zouden noemen, lijkt logisch. Toch is dit moeilijk vast te stellen zonder geschreven bronnen. Het risico bestaat dat archeologische vondsten uit deze periode als religieus worden bestempeld zodra we er geen logische gebruiksverklaring voor kunnen bedenken. Bovendien: zijn begraven en met graan gevulde potten een offer, of simpelweg de wintervoorraad voor een boer die nooit gebruik van heeft kunnen maken? Tot slot is het meer dan waarschijnlijk dat ons tegenwoordige idee van ‘religie’ mijlenver afstaat van de belevingswereld van een prehistorische boer.

01.03.tif

Het mannetje van Willemstad, gedateerd op 5400-5300 voor Christus. Hebben we hier te maken met een prehistorisch godenbeeld of speelgoed? (Bron: Rijksmuseum van Oudheden)

Grafheuvels

Met deze kanttekeningen blijven er genoeg overblijfselen uit deze periode over die duidelijk te maken hebben met een wereld buiten het aardse.

Het meest in het oog springende hiervan zijn natuurlijk de grote grafheuvels die in de late Steentijd en Bronstijd werden opgeworpen, zoals bij Toterfout-Halve Mijl. Tot ongeveer 1050 v. Chr. werden sommige individuen gecremeerd en vervolgens in een grafheuvel begraven. Deze werden door de hele gemeenschap gebouwd van zand en plaggen. De grafheuvels werden meestal op een verhoging in het landschap opgeworpen. Zeker in een steeds minder bebost landschap moeten de grafheuvels goed te zien zijn geweest.

grafheuvelsToterfout

Gereconstrueerde grafheuvels bij Toterfout. (Foto: Bert van As, 2009, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed)

Een grafheuvel was niet voor iedereen weggelegd: de circa tweehonderd in Brabant teruggevonden exemplaren zijn bij lange na niet voldoende om elke prehistorische boer in deze periode een eigen heuvel te geven. Zelfs niet als we ervan uitgaan dat dit slechts een klein deel is van alle grafheuvels die ooit hebben bestaan. Waarschijnlijk waren het de belangrijke figuren binnen een groep die een heuvel als grafmonument kregen en begraven werden met spullen voor een ander leven. Dit is ook te zien bij het zogenaamde ‘Vorstengraf van Oss’. Anderen werden, al dan niet gecremeerd, in vlakgraven (kuilen) begraven, of in een al bestaande grafheuvel bijgeplaatst.

Dit laatste toont het belang van de grafheuvels voor de prehistorische samenlevingen. Het waren niet alleen grafmonumenten voor een belangrijk persoon, maar ook monumenten voor de gemeenschap, gebiedsafbakeningen en plekken van verbinding met voorouders.

RP-P-OB-77.857.jpg

Lang wist men niet waarvoor deze heuvels in de prehistorie hadden gediend. Hier een zeventiende-eeuwse interpretatie: een priesteres die een grafheuvel als soort tempel gebruikt. (Bron: Anoniem, Korte beschryvinge van eenige vergetene en verborgene antiquiteten … in het antiquiteet-rijcke landschap Drenth, 1660, Rijksmuseum)

Urnenvelden en offerplaatsen

Tussen de elfde en vijfde eeuw v. Chr. werden er nauwelijks nieuwe grote grafheuvels opgeworpen. Ongeacht rang of stand werden mensen nu gecremeerd en begraven in een kuil, waarover een klein heuveltje opgeworpen werd. De crematieresten werden, net als eerder, in een aardewerken pot gedaan en ook nu kregen de doden grafgiften mee voor een ander leven. Men werd bij elkaar in de buurt begraven, waardoor uitgestrekte urnenvelden ontstonden. De oorzaak van deze verandering is helaas onbekend. Toch wierp men voor sommige personen nog grote grafheuvels op, zoals die van het vorstengraf van Oss. Ook nam rond het jaar nul deze variatie verder toe. De grote urnenvelden raakten in onbruik en begravingen vonden dichter bij de ontstane boerennederzettingen plaats.

Frank komt in dit item van De Canon van Lammers meer te weten over de vele grafheuvels én legendes die verbonden zijn aan het prehistorische landschap tussen Oss en Uden. (Bron: Canon van Lammers, aflevering 1, Erfgoed Brabant)

Alle rechten voorbehouden

Tot slot biedt de archeologie nog een laatste inkijkje in de rituele wereld van de prehistorische Brabanders. Op verschillende plekken zijn bronzen bijlen en speerpunten gevonden, vaak in groepjes. Ze zijn gevonden op ‘natte’ locaties: beekdalen, vennetjes en moerassen en vertonen bovendien sporen van lang en intensief gebruik. 

Dat het materiaal brons in de Bronstijd bijzonder was werd hierboven al genoemd, dus er lijkt hier sprake te zijn van een ritueel afscheid van een nuttig en kostbaar gebruiksvoorwerp. Wellicht gold het water daarbij als onderdeel van een wereld van de doden. Dat dit een diepgeworteld besef kan zijn geweest bewijzen vondsten uit de late IJzertijd bij Kessel. Daar werd in de eerste eeuw na Chr. een Romeins tempelcomplex gebouwd, op de plek van een eerder heiligdom.

 

Bronnen

Brück, J., “Ritual and Rationality: some problems of interpretation in European archaeology”, in: European Journal of Archaeology (nr. 23, 1999), 313-344.

Theunissen, L., “Grafheuvels in Noord-Brabant. Zichtbare overblijfselen van prehistorische begrafenisrituelen”, in: Brabants Heem (nr. 52, 2000), 11-21.

Theunissen, L., “Burial practices in the south of the Low Countries: the symbolic meaning of the Bronze Age barrow”, in: Šmejda, L. (red.), Archaeology of Burial Mounds, Ústi nad Labem, 2006, 150-162.

Van Ginkel, E. en Theunissen, L., Onder heide en akkers. De archeologie van Noord-Brabant tot 1200, Utrecht, 2009.

Van Oudheusden, J., Verhalen van Brabant. Geschiedenis en erfgoed in tien tijdvakken, ‘s-Hertogenbosch, 2015.

Draag bij aan Brabants erfgoed!

Wil je een verhaal delen? Vul hieronder je gegevens in, en geef kort aan wat je zou willen bijdragen. De redactie neemt dan contact met je op.