De vesting Breda

Oudste afbeelding van de vesting Breda. Vervaardigd door Matheo Neroni, ca. 1560 (Biblioteca Nazionale Centrale, Florence)

Oudste afbeelding van de vesting Breda. Vervaardigd door Matheo Neroni, ca. 1560. (Bron: Biblioteca Nazionale Centrale, Florence)

Het verhaal van de veelbesproken vesting Breda en het beleg begint al in 1512, dus ruim voor de Tachtigjarige Oorlog.

In dat jaar geeft Graaf Hendrik III (1483-1538), heer van Breda, de opdracht aan landmeter Merten Thomysz. Van Ooltgensplaat “om te comen omslaen hoedat men de stadt soude moghen omgraven en omwallen, om de eynden binnen te sluyten”. De “eynden” waren de drie buiten de middeleeuwse stad gelegen toegangswegen die in die tijd al een sterk verstedelijkt karakter hadden. De dreiging vanuit het hertogdom Gelre vormde hiertoe de directe aanleiding.

Dit plan is echter niet uitgevoerd, wel zijn in de loop van de jaren daarna de middeleeuwse poorten hersteld. De stadsmuren zijn bovendien ontdaan van, door burgers(!) aangebrachte poortjes en deuren.

Pas in 1531 voert Hendrik de plannen voor de aanleg van een modern vestingstelsel concreet uit. In de periode 1531-1547 is de nieuwe vesting aangelegd. In de jaren daarvoor had Hendrik in Italië uitgebreid kennis gemaakt met de nieuwe vormen van stadsverdediging.

Reconstructie van de eerste vestingfase (1531-1547) geprojecteerd op de huidige topografie)

Reconstructie van de eerste vestingfase van Breda (1531-1547), geprojecteerd op de huidige topografie. (Bron: Erfgoed Breda)

Alle rechten voorbehouden

Na 1547 vallen de werken stil en was de fortificatie eigenlijk onvoltooid. De wallen waren volledig van aarde. Slechts de bastions hadden bakstenen keermuren, maar wel met een bekleding van plaggen. Van de twaalf geplande bastions zijn er tien daadwerkelijk uitgevoerd. Daarbij is de vraag of de tussenliggende bastions, tussen de drie poorten van de stad, daadwerkelijk als bastion zijn uitgevoerd of dat het hier om eenvoudig blokhuizen ging met geschutskelders.

Bij de aanleg van een parkeerkelder op het Chassépark is in 2000 zo’n geschutskelder of -platform door archeologen opgegraven. Dit was de eerste keer dat archeologen een bijdrage konden leveren aan de discussie of Breda de oudste stad in de Nederlanden was waar een moderne vesting werd aangelegd. In 2012 kon aan de hand van archeologisch onderzoek worden aangetoond dat de stad, in ieder geval bij de uitvalswegen door moderne bastions was omringd.

ARcheologen Breda Nieuwe Boschsctraat Erfgoed Breda

Archeologen aan het werk op een van de uitvalswegen van de vesting Breda, de Nieuwe Boschstraat. (Foto: Erfgoed Breda, 2012)

Alle rechten voorbehouden

De bouw van de vestingwerken volgens het concept van het Oud-Italiaans stelsel maar zonder een volledig versteende uitvoering (zoals Hendrik III dat voor ogen had gehad) leidde mede tot het ontstaan van het Oud-Nederlandse stelsel. Volledig aardewerken vestingwerken waren immers snel en relatief goedkoop aan te leggen en te onderhouden.

Er zijn een aantal redenen waarom de zestiende eeuwse-vesting nooit werd voltooid. Er was een tekort aan geld (mede door een slechte verhouding tussen de opvolger van Hendrik, René van Chalon, en de burgerij) en een tekort aan vijand. Er was in die periode namelijk geen sprake meer van een dreiging uit Gelre.

 

Inundaties

Een tweede component in de stadsverdediging vormde de planmatige overstromingen bij oorlogsdreiging. Breda was omgeven door een reeks van lage gebieden die door middel van een ingewikkeld systeem van dijken, dammen en sluisjes onder water gezet konden worden. Water was er voldoende vanuit de riviertjes Mark en Weerijs. Brede beekdalen en uitgeveende lage zandgronden vormden na inundatie enorme wateroppervlaktes waarvan de waterhoogte precies kon worden geregeld. Diep genoeg om er niet eenvoudig doorheen te waden, maar te ondiep voor bootjes.

Het is aannemelijk dat in de zestiende-eeuwse omwalling al rekening is gehouden met een mogelijkheid tot inundatie. Aan de zuidzijde van de vesting is bij de inlaat van de Mark een uitgebreid watermolen- en sluiscomplex aangelegd. Door de grote sluis dicht te houden zou het waterpeil in Mark en Weerijs onmiddellijk stijgen en zou het laaggelegen Boeimeer overstromen en aan de zuidzijde van de stad een perfecte verdedigingslinie vormen.

 

De ontwikkelingen tijdens de Tachtigjarige Oorlog

In 1577 keerde Willem van Oranje (1533-1584) terug na een periode van afwezigheid als heer van Breda en er volgden snel weer systematische verbeteringen. Tussen 1577 en 1581 zijn de vestingwerken gemoderniseerd en uitgebreid, conform de nieuwe vestingbouwtechnieken uit Italië. Er zijn tussen de bestaande blokhuizen aarden bastions aangelegd.

Reconstructie van de tweede vestingfase (ca. 1590) geprojecteerd op de huidige topografie ERfgoed Breda

Reconstructie van de tweede vestingfase (ca. 1590) geprojecteerd op de huidige topografie. (Bron: Erfgoed Breda)

De werkzaamheden waren nog gaande toen in 1581 Claudius van Berlaymont (1550-1587), heer van Haultepenne, de stad veroverde. Doordat de kasteelgrachten deels drooggelegd waren voor deze werkzaamheden, kon Haultepenne gemakkelijk de stad binnenkomen. Als de stad in 1590 door middel van de list van het Turfschip opnieuw in Staatse handen valt is dat net als in 1581 te danken aan “een handigheidje”. Aan de kwaliteit van de vesting heeft het niet gelegen.

Toch is na de inname de vesting verder verbeterd en uitgebreid. Van 1591 tot 1606 is de vesting door de ingenieurs Andries de Roy, Jacob Kemp en Adriaan Anthonisz. omgevormd naar het zogenaamde Oudnederlandse systeem. Het aantal bastions bleef hetzelfde, maar ze kregen rechte in plaats van teruggetrokken flanken. In de vestinggracht kwamen ravelijnen en halve manen. Om het hele systeem lag een gedekte weg beschermd door een omwalling met schuin aflopende helling en een buitengracht.

Bij afbraak van een 19e eeuws klooster aan de Leuvenaarstraat werden in 1981 resten aangetroffen van de laat 16e eeuwse vestingwerken. Erfgoed BReda

Bij afbraak van een negentiende-eeuws klooster aan de Leuvenaarstraat werden in 1981 resten aangetroffen van de laat zestiende-eeuwse vestingwerken. (Foto: Erfgoed Breda, 1981)

Alle rechten voorbehouden

De poorten lagen echter nog steeds in de hoeken van de bastions op de punten van de vesting. Uit verdedigingsoogpunt een kwetsbare locatie. Enkele oude blokhuizen werden nog gehandhaafd. In 1599 werden 1150 iepen op de nieuwe bolwerken en wallen van de stad geplant.

In de jaren 1622-1624 zijn in opdracht van prins Maurits van Oranje (1567-1625) vijf hoornwerken aangelegd. Een Italiaans innovatie waarbij voor de poorten en het kasteel van Breda grote aarden verdedigingswerken werden aangelegd die zich tot ver buiten de vesting uitstrekten.

Reconstructie van de derde vestingfase (ca. 1622) geprojecteerd op de huidige topografie ERfgoed Breda

Reconstructie van de derde vestingfase (ca. 1622) geprojecteerd op de huidige topografie van Breda. (Bron: Erfgoed Breda)

De belegeringen van Breda

De vesting heeft in deze vorm twee zware belegeringen moeten doorstaan: die door de Italiaanse veldheer in Spaanse dienst Ambrogio Spinola (1569-1630) in 1624-1625 en die door de Nederlandse veldheer Frederik Hendrik (1584-1647) in 1637. De beide innames van Breda waren niet te danken aan een aanval op de vesting. Die werd immers als onneembaar beschouwd en was in die zin beroemd.

Bij hun belegeringen troffen Spinola en Frederik Hendrik grootschalige maatregelen. Het is dan ook niet verwonderlijk dat er bij archeologisch onderzoek buiten de vesting Breda regelmatig grondsporen worden gevonden van de beide belegeringen. Bestudering van het uitvoerig historische kaartmateriaal (de belegeringen waren destijds wereldnieuws) heeft tot een reconstructie geleid van de loop en de aard van de linie’s en de ligging van de bijbehorende schanswerken op een moderne topografische kaart. Een voorspellende kaart dus waar de archeologen dankbaar gebruik van maken. Het grootste gedeelte van aangetroffen sporen bestaat overigens uit opgevulde schans- en liniegrachten.

Uitsnede uit de kaart van Joan Blaeu met hoornwerk aan de westzijde van de stad. Dit is de situatie rond 1622. Erfgoed Breda

Uitsnede uit de kaart van Joan Blaeu met hoornwerk aan de westzijde van de stad. Dit is de situatie rond 1622. (Bron: Erfgoed Breda)

Binnen enkele opgegraven kampementen werden bakstenen haardplaatsen, waterputjes, en sporen van tentconstructies gevonden. En natuurlijk het benodigde keukengoed om maaltijden te bereiden. Daarnaast opvallend veel pijpenkoppen die een nauwkeuriger datering mogelijk maakte.

Doordat de linies een tijdelijk karakter hadden zijn er in het landschap nauwelijks nog sporen terug te vinden. Na de belegeringen werden de akkers en weilanden weer hersteld en de oude perceelgrenzen bleven gehandhaafd. Wel is bij archeologisch onderzoek gebleken dat boerderijen in die periode verdwenen of werden verplaatst.

 

Na de Tachtigjarige Oorlog

In 1682 is in opdracht van stadhouder-koning Willem III (1650-1702) de vesting grondig gereconstrueerd. Aanleiding hiertoe was het Rampjaar 1672, toen de Franse koning Lodewijk XIV (1638-1715) en zijn bondgenoten Nederland binnen vielen. Aan de noord- en oostzijde van de stad bleef het aantal bastions hetzelfde. De vestingwal is echter aanzienlijk verbreed. De bastions kregen hoge en lage flanken. De Boschpoort en de Ginnekenpoort werden verplaatst. Aan de binnenzijde sloten ze met een zigzag aan op de Boschstraat en Ginnekenstraat.

vestingkaart Breda 1682 ERfgoed Breda.png

De vestingwerken van Breda in 1682, geprojecteerd op de huidige topografie. (Bron: Erfgoed Breda)

Alle rechten voorbehouden

Aan de westzijde is de vesting zeer ingrijpend gereconstrueerd. De Antwerpse Poort sloot via de Nieuwe Huizen aan op de Haagdijk. De vesting is omringd door een groot aantal buitenwerken, ravelijnen, halve manen, lunetten en een bedekte weg. Een gedeelte van de bastions en buitenwerken is voorzien van stenen bekledingsmuren. In 1683 zijn de wallen met bomen beplant.

Het is met name uit deze periode dat er bij archeologisch onderzoek in de zone rond de middeleeuwse stad delen van de vesting zijn teruggevonden. Bij de aanleg van het Chassépark (een voormalig exercitieterrein aan de zuidzijde van de stad) werden enkele ravelijnen en zogenaamde halve manen teruggevonden.

Deze aardwerken die in de gracht lagen om de achterliggende wal en bastions te beschermen waren voorzien van metersdikke muren, tot vier meter diep gefundeerd. Het waren steunmuren om te voorkomen dat de enorme grondmassa’s gingen schuiven of in de gracht wegzakten. Typerend voor deze muren zijn de enorme steunberen die de muren als het ware verankerden in de achterliggende grondmassa.

In de laatnegentiende-eeuwse zone rond de middeleeuwse stad zijn na de ontmanteling van de vesting in 1870 woonwijken en fabrieksterreinen aangelegd. Grootschalige opgravingen zoals in het Chassépark waren zelden mogelijk. Daar waren de archeologen veel meer afhankelijk van waarnemingen tijdens rioolwerkzaamheden en opgravingen na sloop van individuele gebouwen.

Uitzonderingen hierop waren de sloop van een deel van de Oranjeboom brouwerijen en een kloostercomplex van de Franciscanessen aan de noordwestzijde van de stad waarbij uitgebreid de resten van het ravelijn "Prins Maurits" en het naastgelegen contregarde Holland konden worden onderzocht.

vestingwerken Breda 1869 Erfgoed Breda.png

De vestingwerken van Breda in 1869, geprojecteerd op de huidige topografie. (Bron: Erfgoed Breda)

Alle rechten voorbehouden

Na 1682 zijn nog enkele werken toegevoegd aan de vesting. De Lunetten A en B bij de Antwerpse Poort zijn gebouwd in 1842 naar aanleiding van de Belgische Opstand (1830-1839). De vestingwerken zijn gesloopt in 1869-1881. De wallen zijn afgegraven en de grachten opgevuld. Dwars hier doorheen zijn de singels gegraven. De walmuren moesten volgens de bestekken weggebroken tot één meter beneden het maaiveld. Een geluk voor de archeologen is dat dat zelden tot die diepte gebeurde.

Lunet B is het enige nog bovengronds bestaande onderdeel van de vesting Breda, ondergronds zijn er nog talloze resten aanwezig. Op het terrein van het Kasteel van Breda is meer bewaard gebleven. Het Spanjaardsgat, de aansluitende zuidmuur en het Blokhuis vormen de indrukwekkende resten van het vestingcomplex waar Hendrik III de grondslag voor legde.

 

Bronnen

Hos, T., Nassaustraat- Nieuwe Boschstraat Breda, 2012, Breda.

Koot, C. en R. Berkvens (red.), Bredase Akkers Eeuwenoud. 4000 jaar bewoningsgeschiedenis op de rand van zand en klei, 2004, Breda.

Roose, J. en C. Eimermann, De belegering van Breda door Spinola 1624-1625, 2005, Alphen aan de Rijn.