Object

Portret van de Tilburgse bloemschilder Gerard van Spaendonck (1746-1822)

Instelling/bron: Stadsmuseum Tilburg

Portret, borstbeeld naar rechts van de bekende Tilburgse bloemschilder Gerard van Spaendonck. Op de linkerrevers de onderscheiding van ‘Chevalier de l’Ordre Royal de la Légion d’Honneur’. Het portret heeft een ovale omlijsting. Op de achterzijde van het paneel in potlood de tekst: ‘Portrait de G Van Spaendonck / J.F. Hutten d´apres le Portrait / original Peint par G Van / Spaendonck et de David / L´original se trouve à / Tilbourg chez la veuve / Van Spaendonck / au Heuvel’, en in andere (eigentijdse hand): ‘Nicolas Antoine Taunay (?) / 1755-1830’. Het portret van Van Spaendonck, geschilderd door Nicolas Antoine Taunay (1758-1830) bevindt zich in de collectie van het Noordbrabants Museum in Den Bosch. Het is afkomstig van prof. dr. H.F.J.M. van den Eerenbeemt uit Tilburg, die het bij kunsthandel H. Nystad te Lochem kocht uit het bezit van W. van Spaendonck te Tilburg. Het portret is tot 1967 in het bezit van de familie Van Spaendonck geweest. In zijn brief van 22 augustus 1815 aan zijn zusters en broer schrijft Gerard van Spaendonck: ‘Ik ben blijde lieve zusters dat ik door uw gehoord heb dat mijn portret schadeloos gearriveert is en dat uw daar zoo van content bent. Het is hier ook zoo gelijkend bevonden als by uw. Ik heb er selver veel toe gedaan, veele fouten gecorrigeert, en als den schilder gedaan had al wat hij kunde. Zoo heb ik de kop en het hair ondernomen en geheel het aanzigt en hair overschildert tot dat ik dogt het gelijk zoo goet was, daar heb ik maar omtrent twee daagen en een hal over geschildert. ik ben blijde dat het ongevynst nigtje van Louis mij daar in gekent heeft.’ Het lijkt aannemelijk dat het in deze passage over het Tilburgse portret gaat, niet alleen vanwege de lange traditie van familiebezit, maar ook vanwege de leeftijd van de geportretteerde. In 1815 was Gerard 69 jaar oud; die leeftijd lijkt hij ook op het portret te hebben. Indien deze veronderstelling juist is, kan het portret omstreeks 1814-1815 gedateerd worden. Het moet een goed gelijkend portret zijn, want Van Spaendonck heeft er zelf aan meegeschilderd. In het Musée National du Château de Versailles hangt een soortgelijk portret van Nicolaas Antoine Taunay, waarover L.F.H. Lommen in 1863 schrijft: ‘[…] en onder zijne familie te Tilburg en elders, zijn er ook […] benevens zijn kostbaar portret, geschilderd door zijn kunst- en studievriend, den beroemden professor Thoin [Taunay], waarvan het dubbel op het keizerlijk Museum te Versailles prijkt.’ Hiermee kunnen we het portret in het Noordbrabants Museum toeschrijven aan Taunay. Naar het schilderij van Taunay is een litho gemaakt, die ook aanwezig is in de Stadscollectie [SMT00613]. De potloodaantekening op het onderhavige paneeltje spreekt over een ‘David’. Vermoedelijk is dit Jacques-Louis David (1748-1822), een vriend van Van Spaendonck. Maar de toeschrijving aan Taunay blijft toch de meest waarschijnlijke. Blijft nog de vraag wie is de veuve [weduwe] Van Spaendonck au Heuvel´, waarvan op de achterzijde van het paneeltje sprake is? Vermoedelijk betreft het Theresia Couwenbergh (1721-1796), gehuwd met Johannes Antonius van Spaendonck (1705-1776). Zij is de moeder van Gerard en zij woonde in ‘De Ene Swaen’ op de Heuvel, een huis dat ruim honderd jaar door de familie Van Spaendonck werd bewoond. Latere generaties (in dat huis op de Heuvel) leveren geen ‘weduwen Van Spaendonck’ op. Als zij het is, dan moet het portret waarvan sprake is van vóór 1796 dateren, want in dat jaar overleed zij. Dat komt niet overeen met de brief van Gerard van Spaendonck die hij in 1815 schreef. Is er dan toch nog een onbekend portret van Gerard, geschilderd door de beroemde schilder Jacques-Louis David? In dat geval zal Taunay wellicht dat schilderij hebben nageschilderd. Waarschijnlijk hadden ook andere familieleden behoefte aan een portret van de inmiddels beroemd geworden Gerard. Zo is er een portret bekend van de schilder Hendrik Turken (1791-1856; die tussen 1820 en 1925 in Den Bosch werkzaam was) opdracht tot het schilderen van een kopie van het portret van Taunay. Dit schilderij bevindt zich in de collectie van A. Claeys Bouùaert-Mutsaers in Kraainem (B.). Een andere kopie, het onderhavige paneeltje, is geschilderd door de Tilburgse kunstenaar Johannes Franciscus Hutten (Tilburg 1811 – Breda 1891), zoon van Cornelis Adam Hutten en Johanna Smulders. Hij bleef tot ongeveer 1870 in Tilburg en vertrok toen naar Breda, waar hij in 1811 overleed. Hij vervaardigde in 1835 een kaart van Tilburg (orig. BHIC Den Bosch), opgedragen aan ‘Z.K.H. den Prins van Oranje, veldmaarschalk van het leger te velde´. Van hem is in de Stadscollectie een ander portret bekend, namelijk dat van koning Willem II [SMT00016], eveneens op paneel geschilderd en ook met ovale omlijsting rond het portret. Gerard van Spaendonck (Tilburg 1746 – Parijs 1822) was de zoon van Jan Anthony van Spaendonck, rentmeester van prins Wilhelm VIII landgraaf von Hessen-Kassel, die de heerlijkheid Tilburg en Goirle bezat. In 1764 ging hij in de leer bij schilder Herreyns te Antwerpen en in 1769 vertrok hij naar Parijs, waar hij enkele jaren als miniatuur- en decoratieschilder werkte. In 1774 werd hij benoemd tot koninklijk botanisch miniatuurschilder aan het hof van koning Lodewijk XVI. Hij kreeg een woning in het Louvre. Na het overlijden van madame Françoise Madeleine Basseporte (1780) volgde Van Spaendonck haar officieel op als koninklijk miniatuurschilder en verhuisde hij naar de koninklijke tuinen. Hij ging toen aan de zogenaamde vélins (velijnen) werken, botanische studies in gouachetechniek op een speciaal soort perkament. Zijn opdrachtgevers waren de koningen Lodewijk XIII tot en met Lodewijk XVI. Van Spaendonck vervaardigde tussen circa 1781 en 1785 zo’n 55 bladen. De velijnen behoren tot de belangrijkste botanische werken ter wereld. De 6500 bladen in 105 albums zijn opgenomen in de collectie van het Musée d’Histoire Naturelle te Parijs. In 1793 werd Van Spaendonck benoemd tot Professeur d’Iconographie, en in 1795 werd hij directeur van de Jardin des Plantes (koninklijke tuinen van het Louvre) en directeur van de porseleinfabriek te Sèvres. Tussen 1799 en 1801 gaf hij in eigen beheer 24 gravures uit, die naar zijn aquarellen waren vervaardigd. Ze behoren tot de beste plantengravures ter wereld. In 1804 ontving hij als een van de eersten de pas ingestelde orde van het Legioen van Eer. In 1808 werd hem door keizer Napoleon de titel van graaf verleend. Van Spaendonck werd op de begraafplaats Père Lachaise te Parijs begraven. Op Groeseindstraat 99, de plaats waar vroeger het geboortehuis van Gerard en zijn broer Cornelis van Spaendonck stond, is een gedenksteen geplaatst. [RP]